Onbekend's avatar

Het leven zonder mij

Verschenen in Bres Magazine, maart 2024

Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke om het koninkrijk der hemelen binnen te gaan – Nieuwe Testament

Gisteravond met een vriend bij de Chinees op de hoek gegeten. Pure tijdloosheid. 2023 niet te onderscheiden van 1983. Niet in het interieur, niet op de menukaart, niet in de beleving. We aten, dronken, praatten, lachten, zwegen. Puur genieten. Uitdrukking van leven, pretentieloos, doodgewoon leven. Zoals het voor eenieder is eigenlijk. Ik werd deze keer getrakteerd, mijn vriend rekende af. Alleen de prijs bleek veranderd. We liepen naar buiten en ik werd overvallen door een moeilijk te beschrijven gevoel. Een mengeling van nostalgie en verliefdheid? Ja, grenzeloos, nostalgisch verliefd op de gewoonheid van het leven. Er was geen ik bij betrokken; dat was helemaal niet nodig. 

Het leven zonder mij is grenzeloos. Vogels vliegen vrijelijk rond, hier en daar klinkt een geluid, de bomen staan zorgeloos met hun wortels in de aarde en de takken in de lucht. Mensen wandelen door de stad, doen inkopen, er wordt gepraat, gelachen, gelopen. Het is levendigheid. Er wordt geademd (hopelijk!), gekeken, gelezen. Het is namelijk ook de levendigheid die daar nu in dat lichaam aanwezig is. Alles gebeurt zoals het altijd gedaan heeft. Met als enige verschil dat er geen ik bij betrokken is, die zichzelf en daarmee het leven heel serieus neemt. Het leven in een vrije val, zonder degene die alles weegt, beoordeelt, evalueert, inkadert. Het leven zoals het eigenlijk altijd is, maar zoals het niet ervaren wordt door het ‘ik’ dat zich afgesneden voelt van de totaliteit van het leven. Die ervaart niet hét leven, maar zíjn leven.

Hetgene waar dat ‘ik’ het meest naar verlangt – maar wat hij ook het meeste vreest – is dat grenzeloze ervaren van het leven zoals het is, in al haar volheid. Dat kun je een verlangen naar vrijheid noemen. De vergissing is echter dat hij denkt dat hij die vrijheid kan hébben, kan bezitten en kan behouden. Maar het ik, het individu kan het geheel nooit bevatten, laat staan bezitten. Een deel kan nooit het geheel worden of zijn. Persoonlijke verlichting of bevrijding bestaat niet. Bevrijding is niet iets waar het ik beter van wordt; bevrijd van het ik, blijft er niks over. Pure armoede. Daarmee blijft alles over, het geheel, het leven, voor altijd buiten bereik van het ik. Het ik zoekt bevrijding, maar dat is uiteindelijk bevrijding van zichzelf. Het is geen bevrijding vóór het ik, maar ván het ik.

Het ik is een zichzelf in de weg zittende energie. Een denkbeeldig centrum van gedachten, overtuigingen, ideeën, standpunten, emoties. Dat centrum bezit al die dingen, ogenschijnlijk. Het ik is heel fysiek te voelen als een samengetrokkenheid, als een subtiele (of niet zo subtiele) spanning in het lichaam. Een bundel stress, zo je wilt. Een kramp. Vrijstromende, grenzeloze energie – de levensenergie – wordt vastgezet en vastgehouden in het lichaam en ik zeg er nog ‘ik’ tegen ook. Het wordt ervaren als iets wat beschermd moet worden, omdat het continu gevaar loopt.

Het ik is een gevangenis, zou je kunnen stellen. Er is niks mis met dat ik, net zomin als er iets mis is met een gevangenis. Het is alleen niet zo prettig voor datgene wat erin zit: het organisme, de levensenergie. Het ik is niet de gevangene, het ik is nu juist de gevangenis (of de cipier, maar net hoe je het wilt zien). De gevangene is de body-mind die afgeremd en belemmerd wordt in zijn natuurlijke en spontane functioneren. Die body-mind kan bevrijd worden uit de gevangenis, maar niet door de wilskracht van het ik. Die is namelijk zelf het probleem. Nogmaals, bevrijding is nu juist het einde van datzelfde ik. Die zegt misschien wel dat hij bevrijding wil, dat hij wil sterven, maar dat ik wil op welke manier dan ook overleven. Hij wil er zijn wanneer er geen ik meer is, maar dat is natuurlijk volstrekt onmogelijk.

Het ik is een hele rijke man (of vrouw). Hij bezit alles. Zijn gedachten zijn van hem, zijn emoties zijn van hem. En o wee als je eraan komt! Zijn bezittingen zijn van hem. Zijn lijden is van hem. Probeer hem niet zijn lijden af te nemen, want wie is hij dan nog? Zonder de identificatie met al deze zaken, is er helemaal geen vaststaand, op zichzelf staand en afgescheiden ik. De toeëigening en identificatie ís het ik.

Het ik is een zakenman. Hij moet de wereld en mensen om zich heen controleren, managen, manipuleren wellicht, zodat hij zelf overeind kan blijven. Hij is een winnaar. Daardoor ook een verliezer. Zelfs een professioneel slachtoffer. Ik en mijn verhaal. Benadeeld door een ander, een of meerdere ex-partner(s), familieleden, de wereld, het systeem, door wie of wat dan ook. Gekwetst door mensen, situaties, gebeurtenissen. Beledigd door uitspraken, woorden (wat eigenlijk slechts klanken zijn). Je ziet die ikjes overal om je heen (en wellicht in jezelf). En het lijkt wel steeds erger te worden. De staat van de huidige mens: misdaan, misnoegd, benadeeld. En ik kan dit alleen schrijven omdat ik het o zo goed ken in mezelf.

In dat ogenschijnlijke, illusoire eigenaarschap van alles, voelt het ik zich heel eenzaam, heel alleen. Hoe kan het ook anders? Ik ben alleen met mijn gedachten, met mijn gevoelens, met mijn leed. Omdat mijn gevoelens van mij zijn en van mij alleen, voel ik weinig connectie met anderen. Ik scheid me af van mijn omgeving door te zeggen: deze dingen horen bij mij en al het andere hoort niet bij mij. Het creeërt de afgescheidenheid tussen mij en de ander, tussen mij en de wereld. Vanaf het moment dat ik mezelf vastzet, zet ik ook de ander en de wereld vast. Alhoewel het op een praktisch niveau heel handig en nuttig is om zo’n verdeling te maken natuurlijk, dat schept overzicht en duidelijkheid. Maar als het ook werkelijk zo ervaren wordt als absolute waarheid, dan is er onmiddellijk ook een gevoel van verlies, van gemis en leegte.

Wat gemist wordt, wat als kwijtgeraakt ervaren wordt, is grenzeloosheid. En grenzeloosheid kan niet toegeëigend worden. Het ik kan heel veel dingen (denken te) bezitten, kan zelfs het gevoel hebben bijna alles te hebben. Maar bijna alles verbleekt in vergelijking tot alles. Een zeer aangename gevangeniscel verbleekt in vergelijking tot vrijheid.

Aan het ik zitten grenzen en ook aan zijn leven zitten grenzen. Wanneer het ik wegvalt, vallen ook grenzen weg die er eigenlijk niet waren. De begrensdheid kan oplossen in de grenzeloosheid, het is mogelijk. En genadig als het leven is, blijft het het ik frustreren. Totdat ingezien wordt dat er alleen maar leven is, grenzeloos, overvloedig leven. Geen overvloed voor iemand, maar simpelweg overvloedigheid. Alles is er, in een veld van grenzeloosheid, ongebondenheid, oneindigheid en tijdloosheid.

Wanneer er niet langer begrensdheid wordt ervaren, is er ruimte voor alles wat er wil verschijnen. Ook voor onprettige gevoelens bijvoorbeeld. In die staat van openheid en ontvankelijkheid, kunnen er bovendien dingen naar je toe komen; dingen die je daarvoor wellicht onbewust bij jezelf weghield, omdat je al dacht te weten hoe het leven eruit zou moeten zien.Maar omdat er al zoveel vervulling ervaren wordt in de grenzeloosheid, zijn de omstandigheden in je leven ook niet meer zo van belang. De alleenheid die ervaren werd in de cocon van het ik, kan oplossen in de allesomvattende eenheid die het leven is. De werkelijkheid van alles wat is en tegelijkertijd niet is.

Het leven zonder mij is wonderlijk. Het wonder van de fluitende vogels, de winkelende mensen, van een ontbijtje, van op bed liggen, van ademen, van je lichaam voelen, geluiden horen. Met een vriend of vriendin (of alleen) bij een (al dan niet Chinees) restaurant zitten, eten, drinken, praten, lachen, huilen, wat dan ook. Het meest eenvoudige en voor de hand liggende wat er is. Gewoon leven, zoals je als klein kind ook al deed. Kleine kinderen zijn nog niet bezwaard met een ik die alles door een filter ervaart, maar ervaren het leven nog ten volle. Daarom, om te eindigen zoals ik begonnen ben met een quote uit het Nieuwe Testament: ‘tenzij je wordt als kleine kinderen zul je niet het koninkrijk der hemelen binnen gaan’. © Ludo de Jongh

Plaats een reactie