Er moet toch iets beters zijn dan dit

319 SpanningVerschenen in Bres Magazine, december 2019

Waar je ook gaat, daar ben je – Jon Kabat-Zinn

Er lijkt een diepgewortelde maar onuitgesproken overtuiging in de menselijke geest genesteld te zijn. Hij wordt meestal niet herkend, omdat het zo gewoon is om hem te hebben: bijna iedereen heeft er last van. Die overtuiging is veel meer dan alleen een ideetje. Het is eerder een samengetrokken energie en het is de basisspanning van het ‘ik’ oftewel het ego dat nee zegt tegen het leven zoals het is. Een achtergrondgevoel van gebrek, van tekort. Het is een diep gevoeld besef van leegte, van het ontbreken van iets heel essentieels. Maar de meeste mensen zijn zich er niet bewust van wat dat dan precies is, juist omdat het zo’n gevoel is dat ergens op de achtergrond sluimert. Als het zou kunnen praten, zou het iets zeggen als: “ik wil niet hier zijn, ik wil liever dáár zijn”. Of: “er moet toch iets beters zijn dan dit”.

Die gevoelde overtuiging zorgt bij veel mensen voor stress en spanningen in het lichaam. Het woord stress komt van het Latijnse ‘strictus’, dat ‘strak aangetrokken’ betekent. Een gevoel van verkramping komt veel voor. En dat is logisch, want als je niet wilt zijn waar je bent, dan moet de energie waaruit het lichaam bestaat, in beweging komen. Nu kan dat op zich zonder al teveel spanning, alhoewel er altijd een beetje spanning op het systeem moet komen om het in beweging te zetten. Dat is gezonde spanning. Maar de meeste spanning wordt onnodig opgebouwd en komt vanuit een diepgevoeld ‘nee’ tegen wat is. Die weerstand kan een bepaalde ‘smaak’ meekrijgen, bijvoorbeeld boosheid, frustratie, angst. De spanning die daarmee gepaard gaat kan zich gemakkelijk vastzetten in het lichaam: verkrampte kaken, snelle en oppervlakkige ademhaling, pijn of spanning in borst, schouders, nek. Ook rondom de mond en de ogen kan zich veel spanning nestelen. Je ziet de stress en spanning vaak bij mensen in hun gezicht, lichaamshouding en bewegingen. De boodschap die het lichaam krijgt van die gevoelde ‘nee’ is: maak je klaar om te vechten of te vluchten. Dus er bouwt zich energie op maar die energie kan nergens naartoe. En dat allemaal omdat we nog niet helemaal geleerd hebben hoe we hier kunnen zijn, veilig en kalm in onszelf en in dit leven.

Het ‘ik’ is een beweging weg van hier, weg van dit, weg van wat er nu is. ‘Ik’ is altijd onderweg naar iets. Iets beters, iets leukers, of, als ‘dit’ leuk genoeg is, onderweg naar de voortzetting van dit, wat dat ook maar is: een prettige relatie, seks, goede gezondheid, een vakantie, gerespecteerd worden, een gezellige avond met vrienden, enzovoorts. Het ‘ik’ kan niet stilstaan bij wat er is, het kan niet genieten. Mooi woord trouwens, ge-niet-en: wanneer je geniet hoeft er ‘niet’ iets anders te zijn dan wat er is om een prettig gevoel te ervaren. Maar ontspannen zijn met wat er is, dat kan het ‘ik’ dus niet. Het is een gespannen toestand met twee kanten in zich. Aan de ene kant is er de positieve pool van verlangen naar en hopen op een betere omstandigheid in de toekomst. Aan de andere kant is er de negatieve pool van angst: de toekomst wordt met weerstand en wantrouwen tegemoet gezien. Hoe zou dat ‘ik’ iets anders kunnen zijn dan een bol van spanning? Hoe kun je at ease zijn met het leven als die gespannen energie je vertelt dat er iets ontbreekt, dat er iets niet helemaal in orde is? Dat is volstrekt onmogelijk. Die spanning is de kloof tussen nu en een denkbeeldig toekomstig moment. Een kloof die nooit te overbruggen valt, want het is slechts een bedachte projectie van de mind. Maar die denkbeeldige afstand trekt ons wél innerlijk uit elkaar. Doordat we als het ware weggetrokken worden uit het hier en nu, ‘missen’ we het leven, dat ondertussen elk moment gevoeld en ervaren zou kunnen worden.

Hoe die spanning ons weg probeert te trekken bij wat er is, werd me een tijdje geleden weer eens duidelijk in een droom. Ik zat in die periode net middenin een verhuizing. In de droom zag ik mezelf eerst in mijn vorige woning en vervolgens in mijn nieuwe woning. Ik keek naar iemand die op een heel subtiel niveau onderweg was naar iets anders, iets beters. Ook mijn nieuwe woning was in mijn beleving nog niet het ‘eindstation’. Deze woningen waren slechts tussenstappen en de tijd dat ik er woonde enkel periodes waarin ik me voor aan het bereiden was om uiteindelijk echt ‘aan te komen’. Er was in de droom een soort melancholisch gevoel aanwezig terwijl ik naar die figuur keek die de woningen als tijdelijke onderkomens zag. Het was alsof ik ernaar keek vanuit de eeuwigheid, vanuit een plek waar ik al overleden was. Ik keek dus terug op ‘mijn leven’. Toen bekroop me opeens een gevoel dat het midden hield tussen treurigheid en urgentie. Een soort spoedeisend verdriet. Met dat gevoel werd ik wakker. Je hebt soms van die dromen die een bepaalde indruk achterlaten, die wat langer blijven hangen. Dat was met deze droom ook het geval. Het was alsof de droom me wilde vertellen: dit nieuwe huis is het al. Dit is vervuld. Dat vorige huis was het ook al. Die vijf jaar dat ik daar gewoond heb, waren vervuld. Het geloven onderweg te zijn naar iets beters, iets groters, iets belangrijkers dan dit, laat me voorbij gaan aan wat ‘dit’ is: het leven en de vorm die dat leven nu aanneemt. Nogmaals, het was alsof de droom me duidelijk wilde maken: “kijk niet verder vooruit, dit is het al! Dit ene waardevolle moment ís het vervulde leven waar je naar verlangt.” Het verdriet wat ik voelde was een soort van besef dat velen van ons de plank behoorlijk misslaan omdat we zo druk onderweg zijn naar ‘daar’. Al die tijd wordt de levendigheid en de bijzonderheid van ‘hier’ niet gezien, niet gevoeld. En voor je het weet ben je aan het einde van je leven en kom je tot de ontdekking dat het leven aan je voorbij getrokken is, zonder dat je het echt beleefd hebt. Is dat niet verdrietig? Treffend en ontnuchterend vind ik deze quote van Marcus Aurelius: “het is niet de dood die de mens zou moeten vrezen, maar om nooit te beginnen met leven”.

Het ‘ik’ streeft dus vaak naar iets anders dan wat er is. Waarom? Omdat ik geloof dat iets anders, iets beters me gelukkiger, vervulder gaat maken. Maar we zoeken in uiterlijke omstandigheden om ons een innerlijk gevoel te verschaffen. Want als je aan iemand vraagt: waarom wil je eigenlijk de ideale partner vinden, of waarom wil je in je droomhuis wonen? Wat gaat dat jou geven? Dan zal het antwoord niet zoveel verschillen van persoon tot persoon: geluk, vervulling, innerlijke rust, innerlijke vrijheid, blijdschap. Oké, dus je zoekt naar iets op een innerlijk gevoeld niveau, en dat hoop je door middel van uiterlijke omstandigheden tot stand te brengen? No way! Echt, letterlijk no way: ‘geen weg’ naar innerlijke vrijheid, geluk, vervulling. Die innerlijke beleving kan namelijk alleen rechtstreeks ervaren worden, niet via iets anders. En als het er nu nog niet is, zal het gevoel ook niet zo heel lang blijven hangen wanneer je dat begeerde doel bereikt hebt. Dan heb je dat huis en lijk je er misschien een tijdlang van te genieten, terwijl er ondertussen nog steeds dezelfde onrust zit te borrelen onder de laag van het genieten. Het genieten gaat dan niet erg diep. En het is een kwestie van tijd voordat ontevredenheid en spanning weer de kop opsteken. Want als je jezelf afvraagt: is er iets geweest in mijn leven dat me werkelijke vervulling gegeven heeft, en wat langer dan een maandje? Dan zal het antwoord misschien zijn: “nee, maar ik verwacht dat dat wel gaat komen met hetgene wat ik nú voor ogen heb. Als ik dat eenmaal heb en behoud, dan ben ik vervuld, dan is alles perfect”. En daar zit nu juist de angel.

Het is namelijk niet in de aard van de dingen om permanent te zijn, en ook niet om perfect te zijn. Niet in de betekenis die wij aan perfectie geven in ieder geval. Om je geluk afhankelijk te maken van de uiterlijke omstandigheden in je leven, is wél perfect voor één ding trouwens: het is een perfect recept voor lijden. Een gevoel van ontevredenheid of leegte kan niet opgevuld worden, want dat gevoel is een mand met een kapotte bodem erin: wat je erin gooit, sijpelt er langzaam aan de onderkant weer uit. En een gevoel van spanning kan niet permanent weggenomen worden als datgene wat die spanning creëert op zijn plaats blijft…denk daar maar eens over na. Als je permanente vervulling of innerlijke rust wilt, moet je dieper gaan. Wat als je nou gewoon eens ziet dat dit je leven is, dit moment. Dat je leven, als je het in de tijd ziet, uit heel veel gebeurtenissen, situaties en plekken bestaat, die an sich allemaal vrij klein en onbeduidend zijn. In die zin bestaat je leven uit heel veel kleine en aan de oppervlakte onbelangrijke gebeurtenissen. Sommige plezierig, andere niet zo plezierig. Alles kwam en alles ging, ook dat moment van daarnet is nu alweer voorbij: de vorm die het aannam, is alweer veranderd in iets anders. Maar wat niet verdwijnt ben ‘jij’, een veld van gewaarzijn, van aanwezigheid. De aanwezigheid die jij bent is altijd de achtergrond geweest voor wat er in je leven gebeurd is en voor alles wat er mogelijk nog zal gebeuren. En dat veld, ís leven! Jij bent dat. Hoe kan dat nou nog niet vervuld zijn? Hoe kun je nou zeggen dat je iets nodig hebt om meer jezelf te zijn? Je bént al die aanwezigheid ‘op de achtergrond’ die alles ziet komen en gaan, en daar hoef je zelfs niks voor te doen! Het ontbreken van iets heel essentieels, waar ik het eerder over had, is het contact met die aanwezigheid die je bent. Wanneer een stekker in een stopcontact wordt gestoken, is er licht. Wanneer de uiterlijke omstandigheden weer ingeplugd worden op je innerlijke aanwezigheid, transformeert spanning in ontspanning. De gespannen bol op de ‘voorgrond’ wordt dan als het ware opgenomen in de uitgestrektheid van de achtergrond. Want achter het ‘stopcontact’ is natuurlijk een zee van ruimte, van ontspanning.

Dus hou op een ‘ik’ uit de omstandigheden in je leven te vormen, en zie dat jouw geluk onafhankelijk is van wat er gebeurt in je leven, goed of slecht. Dat is trouwens geen opdracht. Het is de uitnodiging die het leven elke dag, elk moment weer aan je presenteert. En het zou zomaar kunnen dat je daar op een goede dag, op een goed moment ‘ja’ tegen zegt. En tot het zover is: vergeet niet van tijd tot tijd te ademen!  © Ludo de Jongh

Maak je niet druk, het leven zorgt wel voor zichzelf

leven zorgt voor zichzelfVerschenen in Bres Magazine, september 2019

Stop trying to control everything and just let go! – Fight Club

Wij mensen zijn het gewend om ons druk te maken om onze leventjes. Althans, velen van ons. Maak ik wel de juiste keuze, doe ik wel wat ik écht wil, wat moet ik doen als er dit of dat gebeurt? In de beleving van het ‘ik’ zijn dit soort vragen heel belangrijk. Het ik is eigenaar van het leven, ‘zijn’ of ‘haar’ leven en moet daar natuurlijk het beste van zien te maken. In de beleving van dat ik bestaat er zoiets als een juiste en een foute keuze, is er een obsessie met het vinden van een doel voor zichzelf, en een niet aflatende anticipatie op wat schijnbaar ‘komen gaat’.

Stel je een hond of een kat voor die op dezelfde manier in het leven zou staan, met zo’n neurotische controledrang. Ik zie zo’n dier zich al over de kin wrijven bij de gedachte ‘zal ik hier blijven liggen of zal ik opstaan?’ of fronsen bij het idee ‘wat als dit gewoon-wandelen nou niet mijn hogere doel in het leven is?’ Of gespannen raken bij het vooruitzicht die aartsvijand op straat weer tegen te komen. Er zijn natuurlijk huisdieren met neurotische trekjes, maar dat is meestal een gevolg van het samenleven met mensen met neurotische trekjes. Van nature is het voor een dier veel simpeler. Blijven liggen of opstaan gebeurt gewoon, de vraag naar een hoger doel (of wat voor doel dan ook) komt niet op en gespannen, bang en/of agressief worden bij het zien of ruiken van een eventuele vijand (of blij en opgewonden worden van een vriendje/vriendinnetje) gebeurt pas wanneer het zover is. Dat is wellicht wat vaak bedoeld wordt met ‘leven in het nu’: leven zonder het druk maken, zonder het commentaar op wat er gebeurt. Een simpelweg laten gebeuren van het leven.

Dat dingen in het leven altijd op zijn plek vallen, werd me een tijdje geleden weer eens duidelijk. Ik schrijf nu al een paar jaar voor dit blad. Een paar artikelen geleden liep ik me op een bepaald moment druk te maken over de vraag of ik het wel op tijd af zou krijgen. Ik had stress, omdat ik nog geen idee had waar ik over moest schrijven. Er kwam geen inspiratie. Totdat ik het tot me door liet dringen dat alle voorgaande artikelen ook op de één of andere manier af gekomen waren. ‘Waarom zou dit artikel zichzelf dan niet vormen?’ bedacht ik me. En natuurlijk, ook dat artikel kwam op papier, en nog op tijd ook. En al was dat niet gebeurd, wat dan nog? M’n punt is: alles in het leven vormt zichzelf, de levenskracht brengt alles voort. Maar wij vertrouwen die levenskracht en de eruit voortkomende levensstroom niet en daarom zijn we geneigd om te denken dat wíj het leven moeten sturen en controleren. Alles wat gebeurd is in je leven, is echter door een samenspel van heel veel factoren tot stand gekomen en weer verdwenen. Je weet dat je op heel veel van die dingen geen invloed hebt gehad, misschien wel op geen enkele. En alles is ‘goed’ gekomen, want je leeft nog. Wonderlijk toch? Trouwens, als ik controle zou hebben, voor dingen kan kiezen, dan zou ik de inspiratie toch wel met mijn eigen wilskracht hebben kunnen forceren? Maar nee, inspiratie (net als alles) krijg je, die maak je niet. Die kwam dus pas toen ik ‘losliet’. Alles werkt beter als de ‘verstoorder’ uit de weg is.

Het leven leeft zichzelf, door ‘jouw’ vorm heen en door talloze andere. Er is alleen maar leven. Wat stuurt dat leven aan? Wat ‘doet’ jouw lichaam ademen? Geen idee. Levenskracht? Wat zorgt ervoor dat de kat, de hond of jij in beweging komt en opstaat? Ja, levenskracht is wel een goed woord ervoor, omdat je met dat woord nog niks weet. En dan bedoel ik kracht in de zin van een kracht die dingen in beweging zet, niet in de zin van een hogere macht. Alhoewel de menselijke geest heel graag in termen denkt van een machtige en aansturende entiteit, die natuurlijk vooral alleen ‘goede’ dingen teweeg brengt. Maar zo’n beeld past meer bij een verdelende en oordelende God waar religies zo van doordrenkt zijn. Bron is misschien een ander goed woord voor levenskracht. Kun je ook niks mee namelijk. Het ‘niets’ dat ‘alles’ schijnbaar in beweging zet, is en blijft een mysterie. En moet niet inderdaad álles in de manifestatie (wat we normaal ‘het leven’ noemen – de dingen die gebeuren) uit dezelfde Bron, uit hetzelfde niets voortkomen of zijn er meerdere bronnen/nietsen? Eén bron voor al het goede en één bron voor al het foute, slechte, onjuiste? Dan ben ik wel benieuwd wie er gaat bepalen wat uit welk niets voort moet komen, want ik verschil toch regelmatig van mening over ‘goed’ en ‘fout’ met mensen (en dat geldt natuurlijk voor iedereen). Misschien kan er een commissie gevormd worden die dat bepaalt?

Dat is maar flauwekul natuurlijk. Eén niets, één levenskracht dus. Die doet dit alles leven, die bezielt of verlevendigt alle levensvormen zou je kunnen zeggen. Alles is energie, alles trilt, niets is ‘dood’ vanuit fysisch perspectief gezien. Die levenskracht brengt situaties en gebeurtenissen voort, gevoelens en gedachten. Evenals creativiteit, activiteit, inzichten, impulsen, noem maar op. Dus wat als je nou gewoon eerst eens kijkt waar die zogenoemde levenskracht heen wil bewegen, waar die ‘jou’ naartoe wil hebben? Dan kun je daarna altijd nog kijken of inmenging of bijsturing nodig of mogelijk is. Je lichaam komt vanzelf in beweging, er worden vanzelf woorden gevormd in jou als er iets gezegd moet worden. En wat betreft een ‘doel’: als er al zoiets bestaat, dan wordt ook dat vanzelf wel duidelijk. Als er een plan klaarligt voor je, om het zo maar te zeggen, dan hoef je daar niet je hersens over te breken. Sterker nog, hoe minder je bezig bent met het ontdekken van een eventueel doel, of een missie, hoe minder je in de weg staat. Hoe kan er iets tot je komen wanneer je er niet bent? Hoe kan een postbode een pakketje aan je geven als je niet thuis bent, omdat je mentaal ergens anders bent? De mind-activiteit is een scherm of een muur waarmee het ik zich afsluit van de totaliteit. En die mind-activiteit is bedoeld om controle over het leven, de totaliteit te hebben of te krijgen. Het is de neurotische neiging van het ik die de natuurlijke flow van het leven lijkt te blokkeren. Je zit in een bioscoop en wilt de film zo graag zien, dat je voor de projector gaat staan.

Het is frustrerend en vermoeiend om een niet aflatende controledrang in jezelf te ervaren. Om iemand te willen zijn in de wereld, gerespecteerd of geliefd te willen worden. Om misschien niet de hele tijd, maar veel van de tijd een achtergrondgevoel van onrust te hebben, omdat je leven (nog) niet zo is als je zou willen. Er is altijd nog wat te doen, iets te verbeteren, iets om aan te werken. Is het ene doel bereikt, dan presenteert het volgende zich alweer. Je gelooft dat je dáár moet zijn, terwijl je continu precies bent waar je zijn moet. Zoals zo mooi in de Cursus in Wonderen staat: ‘zoek, maar vind niet, is het credo van het ego’. En terwijl je druk onderweg bent naar morgen, naar volgend jaar, naar je promotie, naar een geprojecteerd moment van prestatie en succes, fluiten de vogels ergens niet ver van je vandaan op hun gemak, not a care in the world. Al die tijd doen zich allerlei kleine dingen voor rondom je waar je van zou kunnen genieten. Niet omdat dat moet, niet als een mindfulness oefening, maar omdat het is wat er op dit moment is. Genieten zonder reden dus. De hond heeft ook geen reden of zingeving nodig om te spelen, te rennen, te graven.

Je zoekt naar een groter geluk, maar geluk bestaat al in de kleine dingen. Geluk of vervulling is al hier. Terwijl je bezig bent jezelf en je leven tot een succes te maken, zie je niet dat het al een succes is. In staat zijn het wonder van het leven te zien, is succes, is geluk, is vervulling. Het is erin ‘slagen’ om dit-hier-nu werkelijk te zien, het ten volle te ervaren. En je ‘slaagt’ door te mislukken in het zoeken, in het uitreiken naar iets groters, verheveners. Het ‘bijzondere’ is te vinden in het ‘gewone’. Het aanschouwen van het wonder van merels die broodkruimels opeten bijvoorbeeld. Spectaculair! (..als je het écht ziet..) Dat was mijn ‘hoogtepunt’ van afgelopen week, trouwens. Het (geluk, vervulling, of wat het ook maar is) is dus niet iets wat je teweeg brengt, het is wat tevoorschijn komt wanneer de inspanning om het te vinden verdwijnt. Door het wegvallen van de overheersende drang van het ik naar iets anders dan wat hier nu is, laat wat hier nu is zich ten volle aan je zien.

Vervulling is de afwezigheid van ‘zou moeten’, en een samenvallen met wat is. Het is inzien dat het leven zichzelf spontaan vormt. Dat is de rijkdom waar Jezus het waarschijnlijk over had als hij zei dat hij mensen de ‘volheid van het leven’ toewenste. De levenskracht heeft die volheid, die alles-heid voortgebracht, en blijft het voortbrengen, daar hoef je niks voor te doen. Laat je verwonderd zijn door het leven, zoals een hond dat kan zijn, of zoals een klein kind dat kan zijn. Het is dan alsof alles wat je tegenkomt je een knipoog geeft. En jij met een voldane glimlach van herkenning en misschien een traan van dankbaarheid realiseert: ‘ahh, yes, ik zie het..!’  © Ludo de Jongh

Dit leven is het speelkwartier in de eeuwigheid

Verschenen in Tijdschrift InZicht mei 2019
Liever pdf versie? → Dit leven is het speelkwartier in de eeuwigheid

20 jaar
Weet je nog hoe je op de basisschool uit kon kijken naar het speelkwartier? Ik wel in ieder geval. Dan kon je even vijftien minuten helemaal los: rennen, stilzitten, met zand in de weer zijn, praten, kussen, verkering vragen, ruzie maken, vechten, het kon allemaal. Om vervolgens weer keurig in de klas te zitten en op te letten (of niet). Dit leven is net als dat speelkwartier. Alhoewel we daarvoor gelukkig wat meer tijd hebben dan vijftien minuten.

Om te spelen heb je een lichaam nodig. Om te spelen heb je een ander nodig, of een object. Of een hond. Kortom, om te spelen is er dualiteit nodig. In non-duale kringen wordt er wel zo gehamerd op de non-duale natuur van het bestaan, maar nu je hier toch bent (op aarde bedoel ik) mag je spelen, en genieten van (en inderdaad, ook lijden aan) de dualiteit, je zintuigen, lichamelijkheid, ervaringen. Een buitenkans dus, dit leven!

Nu wordt er natuurlijk ook niet voor niks gehamerd op hoe de werkelijkheid echt is. Het speelt namelijk nog lekkerder, wanneer je het spel niet al te serieus neemt; als je doordrongen bent van het feit dat er eigenlijk alleen ‘het Ene’ is, vermomd als de ’10.000 dingen’ (wat een laag getal trouwens, hadden ze in die tijd nog niet gehoord van miljoenen?). De eeuwigheid is het speelplein waarop we dit fysieke leven uitleven. Ja, de werkelijkheid is één; Leela heeft twee nodig.

Het is er allebei: zowel de eeuwigheid als het tijdelijke, de flatline van het grote Niets en de pieken en dalen van het spel. Gezien vanuit het filter dat we ingebouwd gekregen hebben in ieder geval, waardoor we de realiteit anders waarnemen dan hoe ze is, want in werkelijkheid is er zelfs geen verschil tussen het tijdloze en het tijdelijke. Maar door dat filter is het spel leuk en spannend, onze herinnering aan het Ene zorgt voor de rust en de liefde.

Oftewel: God vond het maar saai in zijn/haar eentje en wou een beetje interactie. Met wie? Tja, hoe zou-ie iets moeten creëren dat niet (van) hemzelf is? Dus hij vergeet zichzelf in zijn eigen gecreëerde tweedeling en komt erachter dat het toch wat ellende geeft, wanneer er enkel en alleen dualiteit lijkt te zijn. Gelukkig kan hij elk moment wakker worden en zich herinneren dat hij het zelf was die het hele spel in elkaar gezet heeft. Wat een opluchting! ‘Speel maar lekker verder’, kan-ie dan met een knipoog tegen zichzelf zeggen.  © Ludo de Jongh

De diepere vijver van Zijn

316 De innerlijke tuinVerschenen in Bres Magazine, juli 2019

Aan de oppervlakte van het bestaan zijn er rimpelingen die steeds veranderen. Het zijn de ups en downs van je leven, het is de kalmte en de turbulentie. De rimpelingen gaan omhoog, omlaag, zijn duidelijk of flauw, gaan snel of langzaam. Aan de oppervlakte is er stroming, beweging, net als aan de oppervlakte van een meer of een vijver. Aan die oppervlakte kan ook rust zijn. Zo ook kan er rust in je lichaam zijn, en in je geest. Maar in de diepte van het water, daar is het altijd stil. Daar is geen stroming, daar is alleen maar een levende kalmte. Deze diepte kun je ontdekken door in het water van je bestaan te duiken, en je te laten zinken naar de bodem. Wat houdt dat in? Simpelweg dat je voelt dat je leeft door te Zijn. Waar je je bovenin het water nog meegesleurd kunt voelen door stroming, ben je op de bodem verankerd in Zijn om het zo maar uit te drukken. Daar ben je helemaal ondergedompeld in het water. De levendigheid daar is dieper dan de meer oppervlakkige levendigheid die je kunt ervaren door je bezig te houden met de ups en downs van de oppervlakte-laag.

Wat we normaal gesproken eigenlijk doen, is onszelf aan de oppervlakte van de vijver begeven en ons ‘mengen’ in de stromingen van ons leven. Zo worden we meegesleurd met beslommeringen, dingen die we moeten doen, emoties, gedachten over toekomst en verleden. Waarom gebeurt dat? Geen idee. Ik weet wel hoe het gebeurt. En door ‘wie’. Het is die onzichtbare kracht die we ‘mind’, ego of ik kunnen noemen die overal mee aan de gang gaat. De stromingen zijn er, emoties komen, er gebeurt vanalles in je leven, maar het erin meegesleurd worden wordt ‘toegestaan’ en zelfs opgezocht door die kracht. Er is blijkbaar een sterke neiging in ons om die rondspringende aap te worden, zoals het ego in Zen genoemd wordt. Terwijl we toch zo makkelijk zeggen de rust te willen vinden of zelfs gek te worden van die mind-kracht. Willen we wel echt de rust vinden of zijn we eigenlijk verslaafd aan het bezig zijn met die highs en lows in ons leven?

Ik weet in ieder geval dat ik heel lang verslaafd ben geweest aan het opzoeken van allerlei prikkels. Stimuli in welke vorm dan ook: avonturen beleven, uitgaan, reizen, games, films, muziek, informatie, seksuele prikkels, drank en ik kan er nog wel een aantal opnoemen. Maar misschien nog wel de meest verslavende van allemaal: mentale prikkels. Het bijna voortdurend bezig zijn met allerlei afwegingen, keuzes, plannen, in mijn hoofd dingen proberen uit te werken, piekeren, klagen, zorgen maken en alle emoties die met die mind-activiteiten gepaard gaan: angst, frustratie, boosheid, verdriet. Dat hele mentaal-emotionele veld is zo verslavend, het is zo verleidelijk om daar elke keer weer mee aan de gang te gaan. Maar ook uitputtend. Je wordt er doodmoe van.

De mind activiteit resulteert in een overbodige laag bovenop de golven van het leven die er al zijn. Door in die laag bezig te zijn, ervaren we de golven niet zoals ze zijn. Er wordt namelijk vanalles bij bedacht en gevoeld. Er wordt verleden en toekomst bij de huidige situatie gesleept. De mind is altijd bezig met iets wat al voorbij is of iets wat nog komen gaat. Een situatie is al voorbij, inmiddels is er alweer iets anders voor in de plek gekomen, terwijl de mind zich nog steeds druk zit te maken over die vorige situatie. Iets staat (wellicht, misschien, wie weet?) te gebeuren en de mind loopt er al druk op te anticiperen. Hij loopt constant achter de feiten aan of op de zaken vooruit. Wat wel grappig is trouwens, is dat alle gedachten die je denkt over de toekomst, bedoeld zijn om een toekomst te creëren waarin je bevrijd zult zijn van zorgen. Al die tijd gebruik je het heden om die toekomst te creëren en leef je dus voortdurend in zorgen-maken. Er blijven namelijk dingen komen die moeten of zullen gebeuren, je bent nooit ‘klaar’. Waarom niet alles laten gebeuren zoals het toch wel zal gebeuren?

De oppervlakte van de vijver bestaat uit water, net zoals de hele vijver. Boven de vijver is lucht. Zo is het ook met de toegevoegde laag bovenop de werkelijkheid: het is lucht. Het is overbodig commentaar op wat plaats heeft gevonden of nog plaats zal vinden (nogmaals, wie weet?). Een gedachte is eigenlijk niks, die heeft geen substantie. Je gaat de volheid van het leven niet ervaren door in je gedachten te leven. Je gaat de vloeibaarheid van het water ook niet ervaren door erboven te blijven hangen. Je moet erin springen, dan pas voel je het water.

Er lijkt een soort onwil te zijn in velen van ons om af te dalen in de diepte, om te verblijven in de stilte. We zeggen het misschien wel zo makkelijk te willen, maar de neiging om bezig te zijn met prikkels, met de oppervlakte-laag is sterk, en vaak sterker dan het verlangen naar bevrijding ervan. Die diepere poel van stilte is beangstigend, onbekend, we zijn er niet mee vertrouwd. Met de oppervlaktelaag wel, die kennen we heel goed, omdat we daar ons hele leven al mee bezig zijn. We weten zo’n beetje hoe dat werkt, hoe we enigszins de balans kunnen houden tussen de ups en downs, de kalmte en de turbulentie. Maar zo leven we eigenlijk alleen in ons hoofd en niet in ons hele ‘wezen’. We hebben een heel huis met verschillende verdiepingen, maar we zitten altijd op zolder, zeg maar. Zo leren we die andere verdiepingen nooit kennen en blijven we ons afgescheiden en arm voelen. Met als logisch gevolg een niet aflatende behoefte aan meer.

Het afdalen in de diepte gebeurt pas wanneer je doodop bent van het bezig zijn met die oppervlakte. Daar kun je niet voor kiezen in de zin van: “ow, die diepte lijkt me ook wel eens een keer interessant”. Er is niks interessants aan namelijk. Alleen wat voeding is voor de mind, is interessant. Youtube video’s over politieke discussies bijvoorbeeld, conflicten, onrust, sensatie. Dat zoek ik nog weleens op als mijn mind voeding nodig heeft. Daar kan-ie namelijk eindeloos over door-oordelen, analyseren, meningen vormen, zich over opwinden, enzovoorts. Het geeft me high energy. Voel ik daardoor dat ik leef? Wellicht. Voel ik me er prettig bij? Niet echt. Het is een soort surrogaat levendigheid, bij gebrek aan het voelen van de diepere levendigheid. Nergens kan namelijk het gevoel van ‘in leven zijn’ zo sterk gevoeld worden als in de diepte. We ervaren misschien dat we leven door de contrasten aan de oppervlakte, door de highs en de lows en zolang dat het enige is dat we kennen, blijven we dat opzoeken. Maar wanneer je eenmaal de diepere laag hebt ontdekt, kan daar steeds meer liefde voor ontstaan. Dan ga je dat ook vanzelf meer ‘opzoeken’.

Je hoeft dus niet te zoeken naar een andere vijver (er is trouwens ook geen andere). De diepe vijver is dezelfde vijver als de oppervlakkige, het is één geheel. Het is alleen de vraag wat je aan het bewonen bent, de oppervlaktelaag met het commentaar erboven of de gehele vijver. Ben je alleen op een mentaal niveau bezig of wordt er ook iets gevoeld? Zit je alleen met je aandacht in ‘jezelf’ of is er ook contact met je omgeving? Het water bovenin de vijver is niet afgescheiden van het water onderin.

Wij maken onszelf afgescheiden van de totaliteit. We ervaren onszelf als een lichaam-en-geest, afgescheiden van de wereld om ons heen. Zo ervaren we de ups en downs, de kalmte en de turbulentie binnen de grenzen van ons lichaam. Daarbinnen wordt dus alles gevoeld, gedacht, beleefd. Is het niet bijzonder dat er binnen de grenzen van dat lichaam vanalles plaatsvindt, en dat 10 cm erbuiten absolute stilte is, absolute ruimtelijkheid? Je ervaart jezelf misschien als een bol onrust die zichzelf overal mee naartoe neemt, maar direct om je heen is al die diepere vijver, waar je je zogenaamd van afgescheiden voelt.

Je kunt samenvallen met de golven in je leven, vanuit het contact met de diepte die je bent. Je hoeft je niet los te maken van de bewegingen, je kúnt je er zelfs niet los van maken. De golven zijn geen probleem meer vanuit de realisatie dat je de gehele vijver bent, niet alleen de oppervlakte, waar je je de hele tijd druk om liep te maken. De diepte is het fundament waarop de bewegingen in je leven gebouwd zijn. Het is de achtergrond waardoor er dingen op de voorgrond kunnen verschijnen.

Blijf in het water, al is het maar aan de oppervlakte. Er is niks mis met de oppervlakte, je hoeft je er alleen niet druk over te maken. Verlies je dus niet in de lucht erboven. Het is ‘ruis op de lijn’. En hoe meer je van de bewegingen aan de oppervlakte afblijft, hoe meer dat je van tijd tot tijd vanzelf naar de bodem zinkt.  © Ludo de Jongh

Waar je aandacht is, daar ben je

315 VerbeeldingVerschenen in Bres Magazine, april 2019

Verbeelding is belangrijker dan kennis. Want kennis is beperkt, terwijl verbeelding de wereld omvat – Albert Einstein

Ik hou van dagdromen. Ik hou er zoveel van dat ik er af en toe voor ga zitten, of liggen. Wanneer ik in een half slapende, half wakkere toestand terecht kom, is het alsof mijn gedachten zich op een andere manier beginnen te vormen. Ik verlies de controle over mijn gedachtenproces en daar geniet ik enorm van. Ik word dan namelijk meegenomen naar allerlei plekken, mensen, situaties, die ik al dan niet werkelijk bezocht, ontmoet of ervaren heb in mijn leven. Naar allerlei beelden dus die dan ook tot leven komen. Het geeft een heel overvloedig en geborgen gevoel, veilig en content in mijn eigen geest, zeg maar.

Zo lag ik laatst in de bank te ‘spacen’ (zonder drugs overigens). Op de achtergrond had ik een relax-muziek afspeellijst aan staan, gevuld met nummers die allemaal bepaalde herinneringen of gemoedstoestanden bij me oproepen. Muziek heeft nu eenmaal die kracht. Ik maakte als het ware een innerlijke reis waardoor ik me heel rijk voelde. Rijk omdat er allerlei ervaringen omhoog gebracht werden die normaal gesproken ergens in mijn geheugen als herinnering ronddwarrelen en nu op de voorgrond kwamen. Ik voel me altijd heel dankbaar en tevreden wanneer dat gebeurt. Het is vaak zo gemakkelijk om dingen te vergeten die al in ons leven zijn of zijn geweest en om bezig te zijn met wat er zogenaamd aan ontbreekt.

Alhoewel ik gewoon in de bank lag, was ik op allerlei plekken tegelijk. De beginquote was van Einstein, maar hij zei ook dit over verbeelding: ‘logica brengt je van a naar b, maar verbeelding brengt je overal’. En ook al was ik alleen, ik voelde de connectie met de mensen die in mijn leven zijn of zijn geweest. Het is moeilijk om onder woorden te brengen hoe zo’n ervaring precies is, maar ik denk dat iedereen zal weten wat ik bedoel. Het zijn niet alleen herinneringen in de vorm van gedachten, maar het is voral een gevoelsherinnering als totaliteit. Een ruim, weids, alomvattend gevoelsachtige toestand. Of zoiets. En het wordt op zo’n moment duidelijk dat het geen herinnering is aan iets dat was, maar aan iets dat is. Die persoon aan wie ik denk, is hier nu aanwezig, als ik aan hem of haar denk. Die plek is hier nu, als ik in mijn verbeelding daar ben.

Ook kunnen er beelden opkomen aan wat zou kunnen zijn. De ‘toekomst’ zeg maar. Er kunnen me beelden voor de geest komen die ik nog nooit gezien heb. Beelden van plekken die misschien niet eens bestaan, aan mensen die ik wellicht ooit nog zal ontmoeten of aan ervaringen die ik nog zou willen hebben. De geest kan alle kanten op, kan onbeperkt ‘roamen’. Daarom alleen al is het zo fijn om met jezelf te zijn, om te genieten van de vrijheid die je hebt in je geest. Zelfs wanneer je lichaam niet meer zou willen, heb je nog altijd je geest die bewegingsvrijheid heeft. Dat wordt ook mooi uitgebeeld in de film ‘The diving bell and the butterfly’, over een man die compleet verlamd raakt, afgezien van één oog. En zijn verbeeldingskracht dus. Een aanrader, die film, maar dat even terzijde.

Zo’n space-sessie zorgt bij mij vaak voor nieuwe inzichten, creatieve ideeën of een instroming van energie. Ik kom in een veld van mogelijkheden terecht. Het denken, de mind komt tot rust, valt als het ware terug in zijn eigen essentie, puur bewustzijn. Alsof er ergens op ‘reset’ gedrukt wordt en er daardoor een natuurlijker denkproces op gang komt. Dat denken voelt ook heel anders dan het gestuurde en bijna dwangmatige denken wat de meesten van ons zo gewend zijn. Veel ontspannener en vrijer.

Hetzelfde gebeurt tijdens je slaap in je dromen. Er komen dan non-lineair en schijnbaar willekeurig beelden op, associaties, constructies en zelfs verhaallijnen die ronduit absurd kunnen lijken. Toch heeft ons onderbewuste een geweldige intelligentie in zich. Onverwerkte en onopgeloste zaken komen vanzelf omhoog, zelfs met bijbehorende aanwijzingen en boodschappen. Tijdens je droom ben je voortdurend aan het verbeelden, je zwemt als het ware door de oceaan van je onderbewustzijn. De afzonderlijke beelden in die oceaan zijn misschien niet altijd toegankelijk, maar ze zijn er wel altijd, zoals je ook kunt merken wanneer je opeens een flashback hebt aan een droom die je jaren geleden gedroomd hebt. Maar goed, dwaal ik weer af. Terug naar mijn verhaal over mijn dagdroomsessie.

Door het rijke gevoel wat ik krijg van herinneringen en het gevoel van verbinding (met de wereld, met andere mensen, met bepaalde stukken in mezelf), ontstaat er ruimte om te gaan doen wat ik wil vanuit mezelf, niet vanuit wat ik (of anderen) me opgelegd hebben. Er ontstaat de helderheid om te zien wat het juiste is om te doen, wat klopt, in plaats van wat hoort. Er is dan namelijk al een vervuld gevoel aanwezig en alles wat ik daarbovenop doe is als het ware extra. Als ik ga creëren vanuit gebrek, voel ik me vaak gehaast, niet in lijn met mezelf en wat ik echt wil. Dan probeer ik iets op te vullen, nooit een goed idee. Wanneer het vanuit verbinding met het geheel komt, is het eerder een aanvulling of voortborduring op wat er al is.

Het kan zomaar zijn dat ik opeens aan iemand denk die ik al jaren niet meer gezien heb en weer contact leg. Het kan ook zijn dat me een plek voor de geest komt, waar ik al geweest ben of niet, waarbij ik opeens de impuls voel om er naartoe te gaan. Of dat me opeens iets te binnen schiet waarmee ik een bepaald probleem op kan lossen, wat ik niet opgelost kreeg toen ik een oplossing probeerde te forceren.

Verbeeldingskracht is het vermogen om je iets voor te stellen wat hier nu niet aanwezig is. ‘Maar er is toch alleen wat hier nu is?’, hoor ik je denken. Of dacht je dat niet? Ik ben natuurlijk geen helderziende. Maar goed, als je dat dacht: dat is zeker zo, maar het punt is dat verbeeldingskracht daarbij hoort. Die is ook nu hier. Die plek waar je je zogezegd naartoe verplaatst in je verbeelding, is in feite ook hier. De persoon aan wie je denkt, zijn of haar essentie is niet afgescheiden van jou; die bevindt zich in jouw verbeeldingskracht, zou je kunnen zeggen. Toch is het zo gemakkelijk om te denken dat verbeelding met verleden en toekomst te maken heeft. Dat er als het ware één veld is waarin álles aanwezig is, is een mysterie. En dat blijft het ook. Het is een paradox: als alles één is, dan is er toch geen ‘alles’? Denk daar dus maar niet over na, want het valt toch niet te begrijpen.

Met verbeeldingskracht creëren we de wereld om ons heen. Waar je aan denkt, waar je mentaal en gevoelsmatig mee bezig bent, dat ga je steeds meer voor je zien. Je ‘binnenwereld’ wordt weerspiegeld in de ‘buitenwereld’ zou je kunnen zeggen. Energie stroomt daar waar de aandacht naartoe gaat. Je zou zelfs kunnen zeggen dat je daar bent waar je aandacht bij is. Als je aan iemand denkt, ben je met diegene. Wanneer er een levendige herinnering opkomt aan een plek waar je geweest bent, dan ben je daar. Niet fysiek, maar met je energie, met je ‘wezen’. Waarom kom ik elke keer alleen met plekken en mensen als voorbeeld? Gevoelens dan! Wanneer je boos bent, is dat op dat moment de hoedanigheid waarin jij je manifesteert. Wanneer je verliefd bent, lijkt de hele wereld doordrenkt van liefde. Je zou dus zelfs kunnen zeggen dat je dat bent waar je met je aandacht bij bent. Je valt samen met dat waar je aandacht bij is.

Kortom, ‘verbeelding omvat de wereld’, zoals Einstein zei en dat zinnetje gaat veel dieper dan je op het eerste gezicht misschien zou denken. De verbeeldingskracht is in jou, jij bent dat in zekere zin. Het is een aspect van onze essentie, een inherente kwaliteit van de levenskracht. In die zin omvat jij de wereld. Jij bent niet in de wereld, de wereld is in jou. Die wereld komt voort uit jouw potentie om te verbeelden, om je bewust te zijn van wat het ook maar is. Ontmoet dus de wereld die jij bent. Je kijkt altijd alleen maar naar je eigen creatie. © Ludo de Jongh

In het licht van gewaarzijn

Verschenen in Bres Magazine, januari 2019313 De Zon

Zij is teruggevonden. Wat? De eeuwigheid. Het is de zee verbonden met de zon – Arthur Rimbaud

Al wat er is, is licht. Al het licht wat we hier op aarde ervaren, komt van de zon. En alles wat je in je leven ervaart, is te ervaren door het licht van gewaarzijn dat altijd aanwezig is.

Ik herinner me dat ik als kind op een goede hete zomeravond aan het einde van de oprit van ons huis stond en naar de laagstaande zon tuurde. De combinatie van de trilling van de warme lucht boven de weg in de verte, de energie van de ondergaande zon en het spel van kleuren aan de hemel zorgde voor een magisch geheel. Het was alsof ik de eeuwigheid gewaar werd in dat moment, alsof het hele universum met alles erin in dat schouwspel besloten lag. Niet dat zulke woorden bij me opkwamen trouwens want die kende ik nog niet. Maar alles was erin aanwezig, dus ook het intense lijden van de mensheid als geheel en het lijden dat mij nog te wachten zou staan in mijn leven. Het was alsof ik het kon zien, voelen, proeven. Als een openbaring die tot mij kwam, sorry dat ik het niet minder zweverig kan beschrijven. Ik heb geen idee wat er zo bijzonder was aan die ene avond, want ik heb vaker naar de zon getuurd, maar op de één of andere manier is die specifieke beleving me altijd bijgebleven.

Ik ben nog steeds gefascineerd door de zon, door licht. Geweldige uitvinding is dat geweest. De zon of het licht is ook een geweldige metafoor voor de essentie van het leven, de levenskracht. De zon is wat licht geeft, wat leven geeft. Zonder zon geen leven op aarde, zonder levenskracht geen menselijk of enig ander bestaan. Je kunt je afvragen waar de zon vandaan komt, wat licht eigenlijk is, of wat de levenskracht is. Maar dat blijft een raadsel. Het enige wat we er met zekerheid over kunnen zeggen, is dat het ís en dat het schijnt. Als je het woord gewaarzijn wilt gebruiken in plaats van levenskracht, dan kun je zeggen dat het Zijn is dat Gewaar is. En hoe ben je gewaar? Door ‘aan’ te staan, zoals de zon altijd aan staat. De zon heeft geen uit-knop, die schijnt altijd.

~ ~ ~

Nooit zou het oog de zon hebben gezien als het niet de vorm van de zon had aangenomen; zo ook kan de ziel de schoonheid niet zien indien ze zelf niet schoon wordt – Plotinus

Wanneer je in het donker een lamp aandoet, kun je meteen weer dingen zien die daarvoor in duisternis gehuld waren. Wat zichtbaar wordt, zijn niet alleen de dingen waar het licht op schijnt maar ook het licht zelf. Bovendien is de potentie om te schijnen, niet weg wanneer de lamp uit is.

Wanneer je ogen opengaan op het moment dat je wakker wordt, neem je meteen de wereld om je heen waar. En de potentie om te zien is ook niet weg wanneer je ogen gesloten zijn. Je kunt nog steeds zien, ook al is het op dat moment in je beleving donker.

De capaciteit om te zien, om te schijnen is er altijd, of er nou een wereld verschijnt of niet. De zon schijnt altijd, of we hem nou zien of niet. En je kunt je bewust zijn van wát je ziet, maar ook van het feit dát je ziet. Gewaarzijn is altijd aanwezig.

Gewaarzijn is als de zon: schijnen is wat hij doet. Gewaarzijn neemt waar door te schijnen, en dat kost geen moeite, vereist geen inspanning. Het licht van gewaarzijn kan zich bewust worden van zijn eigen schijnende natuur. Je aandacht kan op de aandacht zelf komen te liggen.

We zijn alleen standaard naar buiten gericht. We kijken naar de projectie van het licht, die we wereld of werkelijkheid noemen. Maar waardoor wordt die wereld zichtbaar? Het is het licht van gewaarzijn waardoor de wereld ‘verlicht’ wordt, waardoor objecten en situaties – maar ook gedachten en gevoelens – beschenen worden. Alles verschijnt in dat licht en alles ís dat licht.

Zelfs de meest duistere gemoedstoestand die maar ervaarbaar is in het menselijke leven, wordt verlicht door het licht van gewaarzijn. Je kunt niks ervaren zonder dat er licht aanwezig is, zou je kunnen zeggen.

~ ~ ~

Zelfs na al deze tijd, zegt de zon nooit tegen de aarde: ‘je bent me iets schuldig’. Kijk wat er gebeurt met zo’n liefde. Ze verlicht de totale hemel – Hafiz

Gewaarzijn is het licht wat het doek beschijnt waarop de film van je leven wordt afgedraaid. De film bestaat trouwens enkel uit licht. Doek en film zijn één geheel. Gewaarzijn en bestaan zijn niet afgescheiden van elkaar. Wel is het licht de voorwaarde voor wat erin verschijnt. Zonder zon ook geen aarde.

Alhoewel licht de voorwaarde is, schijnt ze onvoorwaardelijk. Zoals de zon er niks voor terug hoeft te hebben, is het licht van gewaarzijn ook altijd gratis en voor niks beschikbaar. En dat gewaarzijn, dat ben jij. Het is de aanwezigheid die jij bent.

De zon is er altijd, jij bent er ook altijd. En zolang je hier op aarde bent, schijnt het licht door jouw fysieke vorm heen. Uitstraling noemen ze dat wel en iedereen heeft dat. Elk mens straalt op zijn of haar eigen manier.

Misschien dat die ervaring die ik aan het begin beschreef daarom zoveel indruk op me maakte en me al die jaren bijgebleven is: de zon liet me zien wat ik ben. Zoals hij de hele aarde verlicht, wordt elke ervaring in mijn leven verlicht door het licht van gewaarzijn. En dat is de essentie van wat ik ben. In andere woorden: mijn ervaringen zijn een reflectie van mij. Dat te weten, dat te ervaren, maakt al je ervaringen in het leven draaglijker.  © Ludo de Jongh

Het hart helen

312 Helen de diepte inVerschenen in Bres Magazine, nov 2018

“Wanneer de knoop die het hart ketent, uiteen gehakt wordt, dan wordt een sterveling onsterfelijk” – Upanishaden

 Het hart wordt natuurlijk gezien als symbool voor liefde, verbondenheid, openheid. Frases als ‘open je hart’, ‘je hart volgen’ en ‘naar je hart luisteren’ zijn veelvoorkomend, niet alleen in spirituele kringen maar ook in popmuziek. Maar wat als je hart afgesloten is en je niet weet hoe je die kunt openen? Als je niet weet waar je hart heen wil, omdat er een muur omheen gebouwd lijkt? En als je je hart niet kunt horen spreken omdat er een knoop in gelegd is? Dat zijn natuurlijk maar metaforen en geen enkele metafoor is uiteindelijk echt kloppend, maar er bestaat zoiets als een knoop in het hart of een muur eromheen. Kortom, een sensatie dat het hart fysiek onvrij is, beklemd, dat er een last op ligt. Sommigen van ons hebben daar last van. Ik had dat in ieder geval wel, en de pijn van die knoop komt nog weleens op. “Hoe leg jij die knoop?” vroeg een goede vriend weleens aan me toen we het erover hadden. Een bijzondere manier om ernaar te kijken vond ik, omdat ik niet de beleving had dat ik dat zelf deed.

De knoop is er door alle ervaringen waarbij het hart afgesloten werd, beschermd werd tegen al te heftige emoties. Door situaties en gebeurtenissen die te maken hadden met – hoe kan het ook anders – andere mensen. Zoals Jean-Paul Sartre zo treffend schreef: ‘de hel, dat zijn de anderen’. De wereld van objecten, natuur en dieren is geen probleem voor me en voor de meeste mensen niet geloof ik. Je hart gaat er niet van op slot, laat ik het zo zeggen. Het wordt pas moeilijk, als er andere mensen bij betrokken zijn. Vreemden, collega’s, docenten, vrienden, familie, ouders en natuurlijk vooral geliefden. Want die zijn me een partij moeilijk!

Elke keer dat ik niet durfde of in staat was om te voelen wat een bepaalde actie of opmerking van een geliefde (of iemand anders) in mijn hart teweeg bracht, werd de knoop strakker aangetrokken. Of om de andere metafoor te gebruiken: de muur werd verstevigd of verhoogd met wat extra bakstenen. Waarom? Om ervoor te zorgen dat ik die pijn de volgende keer niet meer zou hoeven te voelen. Welke pijn? De pijn die ik toch al niet volledig wilde voelen? Hmm, interessant. Je houdt dus iets tegen zonder te weten wat het precies is. Alsof je een verdedigingsmuur bouwt om een vijand buiten te houden zonder te weten of ‘die vijand’ überhaupt wel een vijand is. Tijd voor een stukje tekst uit jaren ’60 popmuziek om dat te illustreren.

I’ve built walls
A fortress steep and mighty
That none may penetrate
(…)
I am shielded in my armor
Hiding in my room, safe within my womb
I touch no one and no one touches me

I am a rock
I am an island

And a rock feels no pain
And an island never cries

– Simon & Garfunkel –

Ironisch genoeg, heb ik door de jaren juist steeds een pijn gevoeld, niet door acties of opmerkingen van geliefden of andere mensen, maar door mijn eigen weerstand tegen emoties. De pijn van een afgesloten hart. En die pijn is veel erger dan de pijn die veroorzaakt lijkt te worden door anderen. Dat is mijn ervaring nu tenminste. Die pijn is als een fysieke blokkade rond of zelfs in het hart, die op de meest willekeurige momenten voelbaar werd, dus ook zonder directe aanleiding. Absoluut geen pretje. Ik ben er ook van overtuigd dat er meer hartziekten ontstaan door weerstand tegen voelen dan door roken of cholesterol. Het is trouwens zo paradoxaal, dat wanneer er weerstand is, emoties een big deal zijn. Wanneer alles er mag zijn, zijn de emoties ook niet zo’n probleem meer en verdwijnen ze ook veel sneller dan wanneer ik er een hoop belang aan hecht.

Maar hoe hak je die knoop nou uiteen, zoals ze het in de Upanishaden verwoorden? Er wordt altijd wel gezegd dat je emoties toe moet laten, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Degene die zich gekwetst voelt door anderen, die wil die onprettige emoties namelijk helemaal niet voelen. Het afgescheiden ‘ik’, het ego, is juist de weerstand, de verdedigingsmachine. Zolang je gelooft dat je afgescheiden bent van de ander, is die weerstand ook ‘nodig’ want die ‘ander’ kan jou pijn doen. De knoop in het hart is spanning. Een antwoord op de vraag van mijn vriend zou zijn: “ik leg die knoop door te geloven dat ik afgescheiden ben van de ander”. Door weerstand is er afgescheidenheid, zijn er grenzen en grenzen geven een spanningsveld. Zolang je gelooft in ‘jij’ en ‘de anderen’ leef je in de hel. Niet de anderen zijn de hel, maar het geloof in het concept ‘ander’, en dat is waarschijnlijk ook wat Sartre bedoelde met zijn uitspraak. Is dat concept ook niet de oorzaak van alle conflicten, tot allesvernietigende oorlogen aan toe?

Dat is trouwens nog steeds geen antwoord op hoe je die knoop uiteenhakt. Goed. De knoop is weerstand en weerstand is een ‘doen’. Het uiteenhakken is geen doen, het is juist een niet-doen. Je moet er dus juist niks mee doen met die weerstand, je moet er niet vanaf proberen te komen. Het ervan af willen, is juist het probleem. Dat ís de knoop, of de muur. Van weerstand af willen, ís weerstand. Maar wat er kan gebeuren, is dat je in gaat zien wat die weerstand teweeg brengt, dat het meer voor pijn zórgt dan dat het je tegen pijn beschérmt. Het zorgt zelf voor meer pijn dan de emoties, zoals ik al zei. Dit onderzoeken is een ‘pad’ van observeren, bewustwording. Wat er ook kan gebeuren, is dat je inziet dat wat je ‘de wereld’ noemt, inclusief ‘de anderen’, niet afgescheiden is van jou. Een spontaan ‘ontwaken’ uit de droom van afgescheidenheid. Dat kan nogal een shock teweegbrengen waardoor je perceptie 180° kantelt. Dat laatste kun je niet teweegbrengen, het eerste daar kun je wel mee ‘aan de slag’. En je kunt beide ‘paden’ tegelijkertijd bewandelen, zogezegd.

Het resultaat van dat onderzoeken of spontaan ontwaken is dat niet alleen op een mentaal niveau, maar juist ook op een lichamelijk gevoeld, energetisch niveau, de weerstand wegvalt, en er ontspanning optreedt. Met name in het hartgebied, maar ook door de rest van het lichaam. Ik kon merken dat de muur om mijn hart begon af te brokkelen, toen ik inzag dat de werkelijkheid één geheel is en dat ‘de ander’ niet afgescheiden is van mij. Of anders gezegd, toen ik zag dat er geen vaststaand ‘mij’ is die gekwetst kan worden. Door weerstand maak ik mezelf tot een vaststaand iets. Zonder weerstand is er op deze plek waar ik ben een transparante aanwezigheid. Ik zag in dat ik mezelf niet meer de hele tijd hoefde te beschermen tegen wat anderen zeiden of deden. Er kwam verandering en ontspanning in mijn lichaam. Dat wil niet zeggen dat die oude geconditioneerde reactie helemaal niet meer opkwam; dat patroon rolt nog geruime tijd door en wellicht raakt dat ook nooit helemaal uit het organisme. Als je je voet van het gaspedaal in je auto afhaalt, rolt de auto ook nog een tijd door.

Maar hoe die fysieke pijn rondom mijn hart precies verminderd is, kan ik eigenlijk heel moeilijk in woorden uitdrukken. Het is een proces van heling van een uiterst diepe wonde. In mijn beleving, de meest basale snee die een mens oploopt in relatie tot zijn of haar omgeving. Ik was me er al heel vroeg op mijn spirituele pad bewust van. Ik heb veelvuldig yoga-oefeningen gedaan om mijn borstgebied te openen, om erin door te ademen. Ik ben er veel mee gaan zitten om de pijn te voelen. Ik heb op heel veel verschillende manieren geprobeerd om ontspanning in dat gebied te krijgen. Soms had het effect, soms niet. Het is ook heel moeilijk te zeggen wat een bepaalde oefening of meditatie veroorzaakt, omdat een bepaald resultaat ook door zoveel andere dingen veroorzaakt kan zijn.

Daarnaast bracht het leven me uiteraard nog altijd genoeg situaties om mee te oefenen. De weerstand werd vaak genoeg geactiveerd in relatie tot mensen, dus ik kon me vaak genoeg bewust worden van de pijn en van hoe het mechanisme van weerstand werkt. Ik zou kunnen zeggen dat alle dingen samen geholpen hebben: de lichamelijke oefeningen, het observeren van het mechanisme, het toelaten van emoties en het inzicht dat er geen afgescheidenheid is. Toch kan ik dat niet met zekerheid zeggen. Wel weet ik dat dat laatste er voor mijn gevoel definitief ‘de angel’ uitgetrokken heeft. Het gevoelde geloof in afgescheidenheid is de grond waarop de muur van weerstand gebouwd is. Als die grond eenmaal weg begint te zakken, kan de muur ook niet lang meer overeind blijven. Wat het instorten van die muur onthult, is je oorspronkelijke en ‘onsterfelijke’ natuur, te voelen als een open hart.  © Ludo de Jongh