
Verschenen in Bres Magazine, juli 2024
Reizen is heel nuttig, het prikkelt je verbeelding. Al het overige geeft maar teleurstelling en last. Onze reis hier is volkomen denkbeeldig. Dat is zijn kracht. Hij voert ons van het leven naar de dood. Mensen, dieren, steden, dingen, alles berust op fantasie. Het is een roman, een verzonnen verhaal, meer niet. En trouwens, iedereen kan het doen. Je hoeft je ogen maar te sluiten. Het is aan de andere kant van het leven. – Louis Ferdinand Céline
Ik ga vaak op reis. Nog vaker in mijn hoofd dan in het echt, en ik ga ‘in het echt’ al zo vaak weg als ik kan. Maar dus ook in gedachten bezoek ik vaak plekken, meestal plekken waar ik ooit geweest ben, waar ik een bepaalde connectie mee voel. Het kunnen plaatsen in de natuur zijn, steden die me inspireren of ander soort ‘krachtplekken’. Het zijn blijkbaar plaatsen die op de één of andere manier als een soort ankers of bakens in mijn bewustzijn aanwezig blijven. Bakens waar ik terug naartoe kan gaan, terug naartoe kan vluchten zelfs, wanneer de plek waar ik op dat moment ben, te saai of te onvervullend voelt.
Herinneringen aan zulke plekken roep ik niet altijd bewust op, vaak komen ze spontaan op, zonder aanleiding. In andere gevallen kunnen ze opgeroepen worden bij het horen van een bepaald liedje bijvoorbeeld, bij een film, tijdens het lezen van een boek. Een herinnering aan een geur, een gevoel, een stemming, een beeld. Ook een oude foto van een bepaalde plek uit een lang vervlogen tijdperk kan me aan het dagdromen brengen. Of doordat ik aan iemand denk die ik ooit ergens ontmoet heb. De aanleiding kan werkelijk van alles zijn. Alles kan een herinnering oproepen en die herinnering kan weer een hele wereld opentrekken.
Het is maar goed dat die plekken bestaan. En het is misschien ook maar goed dat ik er niet woon, want dan kon ik er niet meer naartoe reizen (of vluchten), fysiek of in gedachten. Juist het feit dat je ergens naartoe kunt reizen, je een bezoeker of een ‘outsider’ blijft, houdt die plek spannend of interessant. Het is moeilijk om je eigen thuis voor langere tijd als iets speciaals te blijven ervaren. Makkelijker is het om een plek wat verder weg zo te zien en te beleven. Na verloop van tijd wordt elke plek ‘gewoon’, wanneer je er woont of te vaak komt. Bovendien is voor mij persoonlijk het leukste aan reizen vaak het reizen zelf, het onderweg zijn.
Verplaatsingen in het echt, of verplaatsingen in je verbeelding, beide kan het een rijke beleving zijn. Je gevangen voelen op één plek kan een vreselijke gevangenis zijn. Veel mensen zijn zo vrij en avontuurlijk in hun binnenwereld, in hun verbeelding, dat ze helemaal niet naar andere plekken hoeven te gaan. Ik herinner me een verhaal over een Indiase spirituele leraar, ik weet niet meer wie het was, die gevraagd werd: ‘u zit altijd maar hier op dezelfde plek, zou u niet bijvoorbeeld een keer naar Londen willen gaan?’ Hij antwoordde iets in de trant van: ‘ik hoef niet naar Londen want Londen is hier al’. Waarmee hij ongetwijfeld bedoelde dat het bewustzijn waar hij in vertoefde, allesomvattend is en dus ook Londen omvat.
Bovendien – misschien doelde hij daar ook op, dat weet ik verder niet – bestaat er helemaal niet zoiets vastomlijnds als ‘Londen’. Er bestaan wel straten, huizen, mensen die er wonen, bomen, een rivier en noem maar op, maar wat we Londen noemen is eigenlijk slechts een idee. Een naam, een samenvatting voor iets wat te groot en te veelomvattend is om samen te vatten. Dat geldt niet alleen voor steden, dat geldt in feite voor alles: we weten van niets eigenlijk echt wat het is; ergens een naam op plakken haalt dat niet-weten niet weg. Maar ik dwaal af. Terug naar het reizen.
Ik kan wel zeggen dat ik aan een bijna voortdurende ‘fernweh’ lijdt: het verlangen om ergens te zijn waar ik op dat moment niet ben. Voor sommige mensen geldt: hoe verder weg, hoe beter. Het liefst backpacken aan de andere kant van de planeet, niet alleen vanwege de afstand maar ook omdat je daar met je westerse vermogen heel lang kunt (over)leven. Voor mijzelf zijn bijvoorbeeld Duitsland, Schotland en Italië al ver genoeg. Zolang de plek maar voldoende afwijkt van Nederland, qua cultuur, architectuur of natuur. En dat is eigenlijk niet zo moeilijk. Zo netjes aangeharkt, reliëfloos en sfeerloos is er bijna geen enkel land te vinden. Alhoewel Nederland natuurlijk ook haar parels heeft.
Fysieke reisjes zorgen weer voor herinneringen. Omdat je vaak in een onbekende(re) omgeving oplettender en aanweziger bent dan in je vertrouwde omgeving, kunnen dingen ook een diepere indruk achterlaten. De rijke en gevulde tijd die dat oplevert, kan bij sommige mensen – bij mij wel in ieder geval – zorgen voor een heerlijk ‘nagloeien’ van zo’n reis. Reizen kan ook je gevoel van tijd veranderen of zelfs helemaal doen wegvallen. Wanneer je bijvoorbeeld in drie dagen tijd veel verplaatsingen maakt, kun je een gevoel krijgen alsof je al twee weken op reis bent.
Ik geloof dat een reisdrang ook een weerspiegeling kan zijn van het diepe verlangen in de mens om eenheid te ervaren. Door te reizen kun je het gevoel krijgen samen te vallen, met de verschillende plekken waar je komt, de geschiedenis, met het onderweg zijn en met jezelf. Je kunt je bewust worden van de onderlinge verbondenheid van plekken, mensen, culturen, gebeurtenissen. Herinneringen die daarbij opkomen, hoeven niet eens per se van jezelf te zijn. Als je een beetje sensitief bent, kun je gemakkelijk iets oppikken van de energie van een plek en ook van voorbije tijdperken, zelfs zonder LSD of paddestoelen. Je kunt als het ware op de energie van een plek in ‘getuned’ raken, samenvallen met de tijdloze eenheid van alles wat daar gebeurt en gebeurd is.
Maak bijvoorbeeld eens een wandelingetje door Parijs. De historie en nostalgie spat van de gevels af. Je wordt voorgaande tijdperken ingetrokken, kunt zien en bijna voelen wat er in die huizen en gebouwen gebeurd is. Al zijn de mensen en gebeurtenissen er fysiek niet meer, hun aanwezigheid echoot in de straten, op de pleinen, in de huizen. Al zijn het niet jouw eigen herinneringen, je kunt er toch een ‘feel’ voor krijgen. Alhoewel het natuurlijk ook gewoon inbeelding kan zijn, maar wat maakt het uit? Het maakt een wandeling door Parijs in ieder geval tot een rijke belevenis. Het is sowieso in deze stad niet zo moeilijk om je bewust te worden van het verleden. Overal hangen bordjes met teksten als: in dit hotel is Oscar Wilde gestorven, hier stond de Bastille gevangenis, in dit huis is Edith Piaf geboren, etcetera, etcetera.
De hobbelige kasseienweggetjes door het oeroude Zoniënwoud, net onder Brussel, iets dichter bij huis. Je kunt de paarden met daarachter de middeleeuwse karren nog bijna zien rijden, daarvoor heb je niet heel veel verbeelding nodig. De oude eiken- en beukenbomen (waarvan de oudste wel 250 jaar oud) ademen een tijdloze kracht en energie. De mysticus Jan van Ruusbroec leefde en werkte hier in de 14e eeuw. Vele van zijn mystieke inzichten kwamen voort uit dit woud en de diepe stilte die hier heerst. Jammer dat er in de vorige eeuw een snelweg dwars doorheen is gelegd. Een Belgische manier om meer bossen te hebben? Diep genoeg het woud in hoor je er gelukkig bijna niets van.
In gedachten ben ik ook nog vaak in Glastonbury, in de zogenaamde West Country van Engeland. Alhoewel ik er maar een keer of drie geweest ben, nu bijna tien jaar geleden, blijft het een plek die regelmatig in mijn herinnering opkomt. Een mystieke plek met een bijzondere energie, zeer populair bij spirituele zoekers, liefhebbers van geschiedenis, hippies, festivalgangers. Het staat bekend als het hartchakra van de aarde, is omgeven met mysterieën over koning Arthur en was ooit een aantal jaren de woonplaats van hedendaags mysticus Eckhart Tolle. Ik heb dierbare herinneringen aan nachtelijke wandelingen naar de top van de Tor (een eeuwenoude heuvel met een wijds uitzicht over de verre omtrek), de glooiende groene heuvels om het stadje heen, de mist die vaak over de valleien heen hangt. Het oude karakteristieke stadje, met allerlei piepkleine new age winkeltjes, spirituele boekenwinkels, kerkjes en traditionele pubs, ademt een middeleeuwse sfeer waar je heerlijk in kunt verdwijnen. Als je ervan houdt tenminste. En zo zijn er natuurlijk tal van plekken. Er is zoveel te ontdekken.
Tijd bestaat niet werkelijk, enkel als concept. Er bestaan alleen herinneringen, die zich in het nu voordoen. Ze herinneren aan gebeurtenissen die hier nu niet meer fysiek aan het gebeuren zijn, maar die ook niet echt verdwenen zijn. Ze blijven als het ware als licht of als trilling aanwezig in een soort veld waarin alles mogelijk is. Een veld waar alles uit voortkomt en alles in terug verdwijnt, zou je kunnen zeggen. De gebeurtenissen leven voort in het bewustzijn van degene die ze ervaren heeft, maar ook in een soort van collectief bewustzijn. De herinneringen zijn weliswaar ontastbaar maar ook onuitwisbaar. Ze zijn echt en niet echt, tegelijkertijd. Mijn oprechte excuses voor deze vage omschrijvingen, maar sommige dingen zijn nu eenmaal onmogelijk goed in woorden uit te drukken. Tijdens mijn laatste verblijf in Parijs zag ik een ansichtkaart met daarop deze tekst van de 19e eeuwse Franse schrijver en dichter Victor Hugo: ‘le souvenir, c’est la présence invisible’ (de herinnering is het heden, onzichtbaar). Treffender en bondiger kan de essentie van wat ik hier wil vertellen denk ik niet verwoord worden.
Je kunt fysiek maar op één plek tegelijk zijn, maar in je geest ben je volledig vrij om overal tegelijkertijd te zijn. Dat besef, overal (en nergens) te zijn, komt waarschijnlijk het dichtst bij een eenheidservaring als mogelijk is voor een mens. Er is alleen dit hier nu. Daarin is alles aanwezig, alles wat gebeurd is, gebeurt en nog zal gebeuren. Er gaat niets verloren. © Ludo de Jongh