Verschenen in Bres Magazine, juli 2023
Het is niet je taak om naar liefde te zoeken, maar eerder om de hindernissen die je in jezelf hebt opgebouwd tegen de liefde op te sporen – Jalal ad-Din Rumi
Ik ben een ramp in relaties. Dat is een feit. Tenminste, in mijn beleving. Het is dus geen absoluut feit. Alles is relatief; er zijn vast mensen die nog rampzaliger zijn op het gebied van relaties. Nou ja, goed, wat ik wil zeggen, is dat ik liefde moeilijk vind. En liefde is dan weer niet hetzelfde als relaties. Hier, ik ben nog maar net begonnen of ik zit mezelf al vast te schrijven vanuit een warboel van tegenstrijdige ideeën.
Het verlangen naar een liefdesrelatie is in mijn leven waarschijnlijk hele lange tijd het grootste en sterkste verlangen geweest. Toen ik aan het eind van mijn tienerjaren en begin twintiger jaren nadacht over wat ik wilde in mijn leven, kwam er eigenlijk altijd maar één ding heel sterk omhoog: een vervullende intieme relatie met iemand. Bij die ‘iemand’ had ik dan wel een redelijk afgebakend beeld: hoe ze eruit zou zien, hoe ze zou zijn als persoon, wat ik met haar zou ervaren, enzovoorts. Op andere gebieden zoals studie, werk, wonen en reizen had ik eigenlijk toen nog niet zulke uitgesproken doelen voor mezelf. Ik zou het allemaal wel zien. Maar dat ene ‘ding’, een intieme relatie, daarvan wist ik zeker dat ik het wilde.
Uiteindelijk ‘kreeg’ ik dan mijn eerste serieuze relatie toen ik twintig was. Aanvankelijk was er natuurlijk de euforie, het plezier van het samenzijn, het samen dingen doen, verliefd zijn, seks, noem maar op. Maar ‘the novelty wears off’, zoals ze in het Engels zo mooi zeggen, en na een paar maanden kwam ik erachter dat deze relatie, waar ik zo hevig naar verlangd had, me helemaal niet zo gelukkig maakte als ik verwacht had. Ik geloof dat het voor bijna iedereen min of meer zo werkt. Na verloop van tijd ontdek je minder leuke dingen aan de ander en ga je inzien dat veel dingen die je aanvankelijk zag in de ander, of in de relatie, je eigen projecties waren – dingen die je wílde zien. Helaas, of gelukkig maar, ketsen die projecties na een tijdje onvermijdelijk terug naar jezelf en word je als het ware op jezelf teruggeworpen. In een relatie kom je de ander misschíen tegen, maar jezelf kom je zéker tegen. Dat kan heel waardevol zijn, want het is een opening. Een mogelijkheid om te beginnen inzien waar je allemaal aan vasthoudt, wat je afhoudt, welke belangen je allemaal in de lucht houdt, etcetera. Een opening naar een completer besef van wie je bent, met als mogelijke uitkomst dat je uiteindelijk ook op een gezondere en ‘ruimere’ manier met jezelf kunt zijn. Dat gebeurde in mijn geval echter niet. Daar had ik nog heel veel relaties voor nodig om dat proces enigszins in te gaan.
Ik denk dat ons verlangen naar een relatie eigenlijk een verlangen naar liefde is. Nogal voor de hand liggend eigenlijk. Maar wat is liefde? (Als liefde überhaupt in woorden uit te drukken is tenminste.) Die vraag zou zo een Zen-koan kunnen zijn. Misschien is het wel beter om die vraag onbeantwoord te laten, zoals een koan ook geen antwoord vraagt op een verstandelijk of ‘begrips’-niveau, maar bedoeld is om je dieper te brengen, voorbij woorden en begrippen. Maar aangezien dit een geschreven artikel is, moet ik wel woorden gebruiken en moet ik er toch iets over zeggen. Niet dat ik denk te weten wat liefde is, maar ik denk wel in mijn pretentieusheid te weten wat het níet is. En wanneer je weet wat het niet is, blijf je over met wat het wel is, alhoewel dat dan weer niet te definiëren of te benoemen is. Is dat nog te volgen? Of zoals Rumi schreef dat je de hindernissen op moet sporen die je tegen liefde gebouwd hebt, waardoor het vanzelf duidelijk en voelbaar wordt wat liefde is (dat laatste schreef hij niet, dat is mijn beperkte interpretatie). Opsporen is misschien ook helemaal niet nodig; als ik een beetje oplet, dienen die obstakels, barrières, weerstanden, ‘moeilijke’ gevoelens zich vanzelf aan. Ik hoef niet op zoek naar het uitzonderlijke, maar hoef me alleen bewust te worden van het voor-de-hand-liggende.
Wat doe je trouwens met die hindernissen tegen de liefde wanneer je ze gevonden hebt? Ik weet niet of Rumi daar verder nog iets over geschreven heeft, maar ik zou aan het citaat toe willen voegen ‘…en ermee zijn’. Alles wat je tussen jezelf en liefde hebt gezet er laten zijn en ermee zijn, zonder die obstakels weg te willen hebben. We zijn zo geneigd om obstakels uit de weg te willen ruimen, voorbij te gaan aan alles wat niet prettig is en zo snel mogelijk een doel te bereiken. Maar liefde laat zich niet dwingen of forceren. Dat zijn nou juist al de hindernissen: weerstand, angst, forceren, iets weg willen hebben, iets anders willen hebben dan hoe het is. Vanuit m’n neiging om liefde te vinden in een volgend moment, vertrap ik de liefde die hier nu al is. Je hoeft inderdaad niet op zoek naar liefde want liefde zit ‘m al in hoe je met de hindernissen om kunt gaan die je in jezelf tegenkomt. Het toelaten van lastigheden ís al liefde, genade, welwillendheid. Door ruimte te bieden aan die dingen, kan het harnas van het ego wat verzachten. Een hard schild daar kan niks doorheen. Niet van buiten naar binnen, maar ook niet van binnen naar buiten.
Je kent vast wel die plaatjes met ‘Liefde is…’ gevolgd door wat het dan zou zijn (huwelijk, samen spelen, elkaars hand vasthouden, etcetera). En daar is natuurlijk ook allemaal niks mis mee. Ik zou alleen in de eerste plaats de drie puntjes vervangen door één. Liefde is. Liefde is niet dit of dat. Liefde sluit niks uit en kiest niks uit. Hoeft niks weg te hebben en hoeft niks vast te houden. Liefde is de openheid zelf. Verwelkomende, receptieve ruimte. Waar dus ook al die relatieve betekenissen van liefde in kunnen bestaan. Maar als ik de eerste ‘betekenis’ over het hoofd zie en alleen naar de relatie kijk (om me gelukkig te maken), dan heb ik voor mezelf een perfect recept voor lijden gemaakt. Dan zit ik al in de relatie met een krampachtigheid, die zélf al een vorm van lijden is. En daarbovenop kan ik dan ook nog elke keer mijn hoofd stoten, verwachtingen niet uit zien komen, behoeften niet vervuld zien. Wat een ellende.
Liefde is niet hetzelfde als een relatie. Liefde is iets anders dan behoefte of verliefdheid. Niet dat er iets mis is met behoeften of verliefdheid of relaties, het is gewoon niet hetzelfde. En wanneer je die dingen toch met elkaar gaat verwarren, loop je het risico het deksel van de werkelijkheid op je neus te krijgen. Dat deksel heb ik vaak op mijn neus gekregen. In al mijn relaties had ik een hoop verwachtingen, eisen aan de werkelijkheid, projecties op de ander, enzovoorts. En daarmee dus ook veel verwijten, frustratie, boosheid, teleurstelling, verdriet. Ik zou heel verbitterd geworden kunnen zijn en bij momenten ben ik dat ook geworden. Teleurgesteld in de liefde, zogezegd. Ik denk dat veel mensen dat gevoel herkennen. Gedesillusioneerd, mooi woord. Letterlijk: ontdaan van illusie. Klinkt positief, maar het ik houdt de illusie nu juist graag overeind, de illusie van afgescheidenheid. Ik zeg dat ik liefde wil, maar het ‘ik’ wil nu juist graag zijn eigen zin hebben. ‘Not thy will, but my will’, zeg maar. Niet dat daar dan weer iets mis mee is. Maar het is goed om het in de gaten te hebben wanneer ik liever m’n zin wil hebben, dan dat ik de liefde haar gang laat gaan. Dan kom ik namelijk niet zo snel voor verrassingen te staan. En het is ook een stuk eerlijker naar mezelf (en naar de ander). Bovendien is het zo dat iets uit zichzelf naar je toe kan komen, wanneer je het niet meer nodig hebt, maar op een ontspannen, ontvankelijke manier aanwezig bent. ‘Afwezig’ aanwezig; het ‘ik’ afwezig of op de achtergrond, aanwezig met openheid.
Liefde gaat voorbij het persoonlijke, alhoewel persoonlijke liefde prima kan bestaan binnen de ruimere betekenis van liefde. Of andersom (een beetje recalcitrant) gesteld: zelfs in een relatie kan nog liefde bestaan. Liefde trekt zich niks aan van wat wij wel of niet willen. Je kunt liefde nooit claimen in de zin van ‘dit is mijn liefde’. Je geeft geen liefde maar liefde geeft ‘door jou’. Als een relatie eindigt is daarmee de liefde ook niet per se weg. ‘Omdat er liefde is, bestaat er geen voorbij’, zag ik eens op een grafsteen. Liefde heeft geen begin en geen eind, een relatie heeft een begin en een eind. Het is natuurlijk maar hoe je het begrip ‘relatie’ definieert. Je zou ook kunnen zeggen dat de relatie gewoon blijft bestaan, wanneer twee mensen elkaar niet meer zien of wanneer één van de twee komt te overlijden. De essentie van de relatie blijft, met andere woorden. De vorm van de relatie verandert of verdwijnt, maar dat waar de relatie niet zonder kan – liefde – blijft hetzelfde. Liefde kan makkelijk zonder een relatie maar een relatie zonder liefde is geen echte relatie. Je zou bijna gaan denken dat ik tóch denk te weten wat liefde is… (én toch nog drie puntjes achter ‘liefde is’)
Het ik zit liefde vaak enorm in de weg met zijn belangen en vooral met het denken. Veel relaties werken niet, simpelweg omdat ‘wij’ erin zitten. Wanneer de liefde stroomt, wat moet er dan anders zijn dan hoe het is? Uiteindelijk zijn we allemaal rampzalig op het gebied van relaties. Op dat gebied kunnen we soms slagen, maar zullen we vaak ook falen. Daar is zowel lukken als mislukken van toepassing. Op het niveau van de liefde is dat allemaal niet van belang. In de liefde kun je niet mislukken en ook niet lukken. Maar al zijn liefde en relaties twee verschillende dingen, ze kunnen prima naast elkaar bestaan. Het beste is de liefde met rust te laten, niet mee te bemoeien. Niet proberen de paradox van het leven te begrijpen maar ermee samen te vallen. © Ludo de Jongh

Heel mooi omschreven. Ik merk alleen, dat ik nog altijd niet begrijp wat de illusie van afgescheidenheid nu werkelijk betekent. Is dat nu echt een illusie? En wat is deze illusie precies? Zijn we niet afgescheiden, omdat ik voel wat ik voel, en jij voelt wat jij voelt? Dat is toch afgescheiden zijn van elkaar, ook al ben je open, ook al ervaar je de ander zo puur mogelijk. Uiteindelijk zijn we een ander, een eigenheid, zelfs zonder ego, zijn we onszelf.
Niet alleen door ons lichaam gescheiden, maar ook door onze geest. Als ik lees dat afgescheidenheid een illusie is, dan heb ik het gevoel dat non-dualiteit ‘solisme’, of eenzaamheid wil oplossen. Net zoals religie de dood wilt ontkennen.
Maar dat is mijn eigen strijd en weerstand met afgescheidenheid en de illusie ervan.
Ik ben benieuwd hoe jij dit ziet?
Dank je Michelle, voor je reactie en voor je vraag. In mijn beleving is het niet of-of, maar en-en. De illusie is het eigenaarschap: gedachten zijn niet ‘van mij’, gevoelens zijn niet ‘van mij’. Taal/denken is het middel waarmee we de werkelijkheid ‘opdelen’ in wat van mij is en wat van de ander of van de wereld is. Maar dat wat is, blijft voor altijd een mysterie, onmogelijk te begrijpen door de mind.