Verschenen in Bres Magazine, november 2023
Go home to nature & let nature heal you – Thich Nhat Hanh
Het was een drukte van jewelste in het bos. Ondanks de voorspelde regen hadden blijkbaar toch aardig wat mensen het plan opgevat om, net als ik, eens lekker van de natuur te gaan genieten op deze druilerige zondag. Of om shinrin yoku te gaan ‘doen’. Wat?! Shinrin yoku, je overgeven aan de helende energie van het bos, of letterlijk ‘baden in het bos’. En geef ons eens ongelijk: geen betere plek om tot jezelf te komen, contact te maken met de natuur, rust te vinden, de stilte te proeven, toch? Nou, forget it! Eén en al getetter, gekrijs van kinderen en ander druk gedoe. Collega-wandelaars die zo druk in gesprek zijn dat ze de natuur om zich heen niet eens meer waar lijken te nemen. Ben ik hiervoor nou helemaal met de trein naar Brussel gereisd om mijn meest geliefde bos, het prachtige en mystieke Zoniënwoud te bezoeken? We gaan het bos in om weer de verbinding met de natuur te voelen, maar je kunt je afvragen: voelt de natuur eigenlijk nog wel verbinding met óns? Het zou mooi zijn als dat bos er ook een keer genoeg van zou krijgen en iedereen eruit zou gooien. Nou, nou, zo kan-ie wel weer. Dat laatste is nou juist het ironische: het bos wordt niet verstoord door al die drukte, alleen ík word verstoord, in mijn drang naar rust en stilte. Misschien is er een dieperliggende reden waarom ik me zo tot het bos aangetrokken voel, naast de voor de hand liggende redenen (de schoonheid, de rust, etcetera): wellicht heb ik van het bos te leren hoe ook ik onverstoorbaar kan zijn, ondanks alles wat er in me of om me heen gebeurt. Zo’n ramp was het uiteindelijk ook niet trouwens, ik overdrijf graag een beetje. Het was een gebalanceerde dag met momenten van absolute stilte en één-zijn met de natuur, afgewisseld met wat drukte en irritaties, periodes van zon afgewisseld met flinke plensbuien. Ik zat doorweekt weer in de trein huiswaarts. Maar wel voldaan en opgeladen.
Alles is natuur, alles komt voort uit de natuur. Ook de mens is natuur. De mens is het alleen vergeten. Wij zijn het enige in de natuur wat zich niet meer ‘als natuur’ ervaart. Dat maakt ons bijzonder en uniek, als soort. Ook (enigszins) krankzinnig en in potentie extreem destructief. We zijn volgens onderzoek agressiever dan de meest agressieve aapsoort, de chimpansee. We zijn de enige diersoort die in staat is de natuur waar we zelf onderdeel van uitmaken, te vernietigen. Het gebrek aan connectie met het geheel (met andere levende wezens, met de aarde) in combinatie met ons technologische ‘vernuft’ leidt tot oorlogen, vervuiling, dierenmishandeling en ga zo maar door. ‘Laat alles wat ademt in vrede bestaan’, zong Rob de Nijs zo mooi. Het simpele feit dat de mens zich als afgescheiden van de natuur kán ervaren is de dieperliggende oorzaak van al die ellende. Die capaciteit daar maken we blijkbaar dankbaar gebruik van. Het is komisch en tragisch tegelijk. De mens is het enige wezen dat (zelf)bewustzijn – in de zin van reflectievermogen – heeft, waardoor we onszelf, anderen en de wereld ‘buiten’ ons kunnen objectiveren. Het vermogen tot een dualistisch perspectief dus. Ik ben hier en daar is de ander, dit ben ik en dat is de wereld. De hond kan dat niet, een plant of een boom al helemaal niet. Die kennen zichzelf niet als subject en het ‘andere’ als object, die kennen alleen wat-er-is. Eigenlijk kennen ze helemaal niks, want juist dat kennen houdt dualiteit in: de kennende entiteit en het gekende. Voor een dier is er alleen maar ervaren, leven, zijn.
Maar nu een vrolijkere noot. In dat (zelf)bewustzijn ligt ook een kans. Het is niet alleen een vloek maar ook een zegen. De mens is niet alleen agressiever dan de chimpansee, maar tegelijkertijd ook vredelievender en in staat tot meer tederheid dan de meest vredelievende aapsoort, de bonobo. Juist door ons reflectievermogen, kunnen we ook weer opnieuw bewust worden van de schoonheid en levendigheid van de natuur. Doordat ik het contact met de natuur kwijt ben, verlang ik ernaar terug. Als ik de connectie nooit kwijtgeraakt zou zijn, zou ik ook niet de euforie kunnen ervaren van het terugvinden van die connectie. Een vis vraagt zich niet af wat water is, maar is er één mee. Een mens vraagt zich wél af wat natuur is en ervaart daardoor (hopelijk) ook de vreugde van het opnieuw ontdekken ervan. Dat plezier van het contrast heeft een dier nooit; die heeft natuurlijk wel het plezier van het voortdurende contact. Twee verschillende ervaringen; de beleving van het dier is prachtig in zijn eenvoud, de beleving van de mens is niet minder prachtig in zijn gecompliceerdheid.
Die gecompliceerdheid, daar is de natuur de beste remedie tegen overigens. En ook tegen verslavingen. Vooral tegen die verslaving waar alle andere verslavingen slechts afleiding voor moeten bieden: die aan het denken. De natuur zet namelijk niet aan tot denken, eerder tot verwondering. Alhoewel je bijvoorbeeld een hoop kennis kunt hebben over een boom, het wezen ervan blijft een mysterie. En daarover kun je je eigenlijk alleen verwonderen.
In de hoop bevrijd te raken van het juk van het menselijke, complexe en vaak problematische denken, gaan veel mensen ‘naar binnen’, met name door middel van meditatie of zelfonderzoek. En hoe waardevol dat ook is, ik geloof dat het voor veel mensen veel effectiever kan zijn om juist ‘naar buiten’ te gaan, te verbinden met de wereld om zich heen en met name de natuur. Door bewust te worden van iets groters dan jezelf, raak je eigenlijk meteen bevrijd van jezelf. De weg naar binnen komt ook op die realisatie uit, het is alleen een andere ‘aanvliegroute’, alhoewel er in wezen geen route, geen afstand en geen doel is. Persoonlijk ervaar ik de directe connectie met de natuur vooral wanneer ik door een bos loop, in het contact met dieren of wanneer ik naar de (sterren)hemel opkijk. Het is een soort inpluggen op de oneindige diepte van al het natuurlijke, dus ook van ‘mezelf’.
De connectie met de natuur houdt zowel een geven als een ontvangen in, het is een wisselwerking. Om je bewust te worden van die connectie, dat vraagt om een openheid, zowel naar buiten als naar binnen: van binnen naar buiten zodat de zintuigen, onze voelsprieten open komen te staan en van buiten naar binnen een ontvankelijkheid zodat de natuur haar volheid en levendigheid kan openbaren. Als ik met andere dingen bezig ben, afgeleid ben, mijn aandacht door gedachten in beslag genomen wordt, gaat er geen zintuiglijke aandacht naar buiten en kan er dus ook niks binnenkomen. Het bos is altijd aanwezig, geeft voortdurend van haar pracht, maar als ik niet kijk, luister, ruik en voel, gaat dat allemaal langs me heen. De hond is er altijd klaar voor om contact te maken, maar wij lopen er met onze smartphone in de hand naast. En de (sterren)hemel? Die laat zijn oneindige natuur voortdurend zien, we hoeven alleen even onze blik op te richten.
De uitnodiging is dus: word verliefd op de natuur. Laat de natuur je van jezelf, van je denken en van je verslavingen bevrijden. In de poetische en straffe bewoordingen van Charles Bukowski: ‘find what you love and let it kill you’. Of laat de natuur je helen, zoals de zenleraar Thich Nhat Hanh zei; dat is een andere manier om hetzelfde te zeggen. Heling is simpelweg de herstelling van het contact met de natuur. Die connectie met de natuur, met het Al, is namelijk wat je bent. En dat gaat nou juist voorbij aan wat je dénkt te zijn. (Mooi woordje trouwens, Al: het is er al en het is al(les) wat er is.) Ik en de natuur, ik en de ander: wat je bent, zit hem niet in het woordje ‘ik’, ook niet in ‘natuur’ of ‘ander’, maar juist in het woordje ‘en’. Dat ene woordje verwijst naar de verbinding, naar het samen-zijn, togetherness. Dat samen-zijn is de vrijheid zelf, het ‘ik’ wat je denkt en gelooft te zijn is slechts een kleine cocon binnen die uitgestrekte, levende vrijheid. De natuur bevrijdt je van je kleine ik, om samen te vallen met Heelheid. Taal houdt hier op, is volledig ontoereikend, maar ik ga toch nog even door. De natuur ‘heelt’ ons, herstelt onze connectie met het ‘ge-heel’. Daar hoef je zelf niks voor te doen, kún je zelfs niks voor doen. Je kunt hooguit in de weg zitten. Aanwezig zijn is genoeg, open zijn is genoeg; de natuur ‘doet’ het helen, het bevrijden. Zij herstelt de connectie die ik miste omdat ik vast zat in de gevangenis van het ik. Het veld van samen-zijn wordt weer voelbaar en er wordt ingezien dat dat veld nooit weg was. Het was of beter gezegd is er altijd, alleen meestal niet voelbaar doordat de ik-energie zo overheersend was. Zoals in het cliché dat de zon er ook altijd is, slechts tijdelijk verborgen door wolken.
De geur van het bos na een regenbui. Vogel-gezang. De lucht die je in- en uitademt; dezelfde lucht die een ‘ander’ inademt. Water uit de kraan over je handen. De mens die naast je zit. De zon die de zee beschijnt. Het voedsel wat je eet. De plant in je woonkamer. Het vallen van de regendruppels. Alles is bijzonder. Er zijn geen saaie momenten, er zijn zelfs geen losse momenten. Alles ademt de oneindigheid. Alles is prachtig in zijn oneindige diepte. Verlies jezelf in de natuur en vind jezelf. Hoe paradoxaal dat ook mag klinken. En ik had dit artikel beter ‘Ode aan de natuur’ kunnen noemen. © Ludo de Jongh

Mooi verwoord Ludo.
Dank je Gerrit!