Onbekend's avatar

Leven in het onbekende

Verschenen in Bres Magazine, november 2024

In het bekende leven is gevangenschap, in het onbekende leven is bevrijding – Nisargadatta Maharaj

In mijn vroege kinderjaren had ik het gevoel dat ik in complete vrijheid leefde. Dat is natuurlijk niet zo heel spectaculair, volgens mij geldt dat voor de meeste kinderen. Ik deed alle dingen die kleine kinderen doen: spelen, hutten bouwen in het bos, kattekwaad uithalen, alles nog heel onschuldig en ongeremd. Het dorp waar we woonden en de bossen, velden en sloten eromheen, was één grote speeltuin. Ik doorliep met groot succes de twee jaar kleuterschool. De zomer erna was fantastisch, we gingen voor het eerst met het gezin op vakantie, naar Luxemburg. De speeltuin bleek nog veel groter dan alleen de regio waar we woonden. Ik herinner me een gevoel van betovering, van magie bijna en van een intiem contact met alles om me heen. Er was een besef van tijdloosheid, alles voelde zo nieuw en oorspronkelijk. Ik kon bijvoorbeeld helemaal betoverd zijn door een kruisspin op een tuinheg in de ochtenddauw. Een kinderhand is gauw gevuld. Maar voordat ik nu mijn hele levensverhaal hier neer ga pennen…

Na die zomer ging ik naar de basisschool, zoals elk kind op die leeftijd. Ik herinner me nog dat ik me de ochtend van de eerste schooldag vreselijk verdrietig en gespannen voelde. Ik had helemaal geen zin om naar die ‘echte’ school te gaan. School, dat klonk als een gevangenis of iets dergelijks. Uiteindelijk viel die eerste dag wel mee, en ik bleek gaandeweg ook best redelijk te kunnen leren. Maar als ik erop terugkijk, gebeurde er iets fundamenteels op die eerste schooldag: ik liet de wereld van verwondering en kinderlijk enthousiasme achter me. Niet meteen definitief, want ik bleef zeker nog lange tijd kind in die zin, maar het was absoluut een soort omslagpunt. De onbevangenheid die zo vertrouwd was geweest, zou over de jaren heen geleidelijk aan vervangen worden door weten, kennis en doelen. Dat alles schijnbaar gericht op het hebben van persoonlijk succes en grip op het leven. Ik denk dat ik dat onbewust aanvoelde op die dag, alhoewel ik er op die leeftijd natuurlijk nog geen woorden voor had. Van leven in de vrijheid van het onbekende, in niet-weten, werd het steeds meer leven in de gevangenis van het bekende, het weten. Een schijnbare transitie, heel treffend beschreven door J. Krishnamurti: ‘wanneer je het kind de naam van de vogel leert, ziet het kind die vogel nooit meer’. Vanaf die tijd vervaagde langzaam maar zeker de perceptie die ik had van alles, puur zoals alles is. Wat ervoor in de plaats kwam, waren de namen en woorden die we aan dingen geven en die ik vanaf die tijd ook allemaal begon te leren. De levendigheid van alle dingen, daar kwam op die manier een laagje van concepten en labels overheen te liggen. En met name ontstond er een sterke zelfdefiniëring, een gevoel van een afgescheiden ‘ik’, die daarvóór nog helemaal niet zo aanwezig was geweest.

De heelheid van niet-weten had tot die tijd heerlijk en bekend gevoeld. De wereld van kennen en weten was nog onbekend en daar had ik ook een enorme angst voor, die ik die ochtend voelde. Gaandeweg, naarmate ik meer kennis opdeed, raakte ik steeds meer het contact kwijt met de oorspronkelijke heelheid. Want kennis vernauwt de werkelijkheid tot een afgeleide versie ervan, die slechts hooguit een slap aftreksel is van die ongedeelde werkelijkheid. Stel je voor dat je in een levendige stad leeft, vervolgens een plattegrond van die stad krijgt en na verloop van tijd die plattegrond gaat beschouwen alsof het de stad zelf is. Dat is misschien een wat simplistische en overdreven vergelijking, maar kennis legt een soort sluier over de werkelijkheid heen. Het intieme contact met het leven zoals het zich vanzelf ontvouwt, wordt langzamerhand vervangen door een subject-object verhouding met alles: ‘hier ben ik en daar is de wereld. Ik moet zorgen dat ik me kan redden in die wereld, dat ik controle krijg over het leven. Het is mijn leven en ik moet zorgen dat dat leven ‘werkt’, dat het een succes wordt’. Dat is kort gezegd het verhaal wat vervolgens het leven drijft en bepaalt.

Die houding van abstractie ten opzichte van het leven brengt het idee van tijd met zich mee, verleden en toekomst. ‘Dit is waar ik vandaan kom en dat is waar ik heen moet’. Met dat begrip van tijd komen ook de ideeën van verwachting, hoop, weerstand en angst. Die ideeën kunnen ook alleen ontstaan wanneer onbevangen leven in tijdloosheid vervangen wordt door tijd, wanneer leven in het eeuwige nu vervangen wordt door een leven op de tijdlijn van verleden en toekomst. Van een ‘verticale’ nu-heid, naar een horizontaal ‘traject’. Nisargadatta vatte het mooi samen: ‘je hebt jezelf opgesloten in tijd en ruimte, je hebt jezelf in de jaren van een leven geperst en in de afmetingen van een lichaam, en zo heb je ontelbare conflicten geschapen van dood en leven, pijn en genot, angst en hoop’. Dat is natuurlijk geen rationeel proces: een kind denkt niet op een goed moment: ‘ik ga deze tijdloze realiteit eens inruilen voor een denkbeeldige beleving van verleden en toekomst. Ik ga dit spannende en levendige nu waarin elke keer weer iets nieuws verschijnt eens vervangen door een abstracte tijdsgebonden beleving’. Een klein kind begrijpt natuurlijk rationeel niet dat er iets verandert, maar emotioneel wordt die verandering wel ervaren. Het kind heeft er alleen de taal nog niet voor en dat is nou net waarom het kind nog in relatieve eenheid leeft. Want grappig genoeg komt ook vooral taal in de weg te staan van de directe, onmiddellijke beleving. Weten, kennis, tijd, taal en het ik zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. ‘Ik’ en ‘mijn verhaal’ (op een tijdlijn) zijn één en hetzelfde.   

Wanneer het kennen eenmaal vertrouwd is geworden, dan zit het kind opgesloten in (zelf)kennis, weten en anticiperen op wat er komen gaat. Tegelijkertijd ontstaat daarmee het gevoel niet compleet te zijn en het verlangen naar compensatie voor dat gevoel van incompleetheid. Het kind word volwassen en de zoektocht begint naar dingen in de wereld die die compensatie wellicht kunnen bieden: carrière, geld, relaties, status, macht, huis, auto, spullen, reizen. Maar ook een perfect uiterlijk, optimale gezondheid, een sterker en gezonder ego, innerlijke vrede of zelfs spirituele verlichting, zonder te weten wat dat is natuurlijk (want het ‘ik’ wil dat verlichting voor hemzelf is). Niet dat er iets mis is met al die dingen an sich, maar wanneer ik er vervulling (of mezelf) in zoek, dan zal ik ongetwijfeld van een koude kermis thuis komen. Want geen van al die dingen kan me dat bieden, wanneer ik het contact verloren ben met het meest essentiële. In feite is al dat verlangen een afspiegeling van het allerdiepste verlangen, de heimwee naar wat er schijnbaar verloren is geraakt in de kindertijd: leven in tijdloze verwondering. Leven zonder een ‘ik’, leven in niet-weten. Dat is geen verlichting of bevrijding vóór de persoon, maar juist bevrijding ván de persoon.

Na jarenlang geconditioneerd te zijn, roept natuurlijk een vooruitzicht op leven in niet-weten ook weer een enorme angst op. Al die jaren van educatie en kennisvergaring waren nu juist bedoeld om controle te krijgen over het leven, ‘mijn’ leven. Wat gebeurt er met mijn leven als dat allemaal losgelaten zou worden? De grap is uiteraard dat er nooit controle geweest is, die heb ik alleen maar bedacht. Alles is altijd al spontaan gebeurd, met of zonder mijn wil. Het leven ontvouwt zich moeiteloos vanzelf; of ik dat nu door heb of niet maakt helemaal niets uit. En de ‘ik’ die ik al die jaren ervaren denk te hebben als de auteur en de stuurman van mijn leven, blijkt een illusie. Er is niet zoiets als een ik die een eigen leven heeft of leidt. Wanneer dat gezien wordt, lijkt alle vaste bodem vanonder weggeslagen te worden. Op zo’n moment ervaren sommige mensen een wanhoop die dan ongeveer verwoord wordt als: ‘ik kan het leven niet (meer) aan’. Lange tijd had ik die gedachte ook heel sterk en ik heb mezelf er vaak mislukt en zwak door gevoeld. Maar meer en meer besef ik dat het juist een heel helder inzicht in de realiteit is: natuurlijk kan ik het leven niet aan! Daar is het leven veel te groot en onberekenbaar voor. Hoe zou een klein ikje de totaliteit van leven aan kunnen, en waarom zou je dat in godsnaam willen?

Wanneer eenmaal de bodem weggeslagen is, is er geen weg meer terug en wordt er vanzelf losgelaten. Om te ontdekken dat dat nu juist de bevrijding is waar zo sterk naar verlangd werd. Niet de tijdelijke compensatie die in alle externe dingen gezocht werd, maar een samenvallen met het onbekende. Kennis en weten blijft gewoon bestaan, maar enkel voor praktische zaken en niet meer om een ‘ik en mijn leven’ uit te construeren. En ook externe dingen kunnen nog geambiëerd worden, maar niet meer voor innerlijke vervulling. Paradoxaal genoeg kan er zelfs méér van kennis, wetenschap en wereldse zaken genoten worden, wanneer er geen zelf of geluk meer in gezocht wordt.

Hoe ik mezelf ook verloren ben in alles gekend en bekend, er blijft altijd een diepe herinnering aan leven in het onbekende. Die beleving van spontaniteit en openheid, de pure vreugde van simpelweg ‘er zijn’, is altijd voorhanden. Leven in het onbekende is leven in chaos. Het onbekende is altijd nieuw, onvoorspelbaar, spannend, gevaarlijk zelfs. Niemand weet in welke situatie of op welk moment dan ook, wat het volgende zal zijn dat er gaat gebeuren. Dat is vrijheid, dat is thuis zijn. Alles wordt (uiteindelijk) gedaan want er is geen tijd, alleen eeuwigheid. Dat wat leeft, doet alles. Leven in het onbekende, is ontdekken dat ik nooit geleefd héb, maar dat ik altijd geleefd bén. Zoals de oceaan bepaalt waar alle golfjes heen gaan, zo bepaalt het leven waar ‘ik’ heen ga.

Thuiskomen is zien dat er niks anders bestaat dan thuis. Dat wat je zoekt is alles en het is in alles. Het is als niets in alles aanwezig, als leegte in alle vormen – onkenbaar. Daar valt verder ook niks aan te begrijpen, want het is te simpel. Het is gewoon wat er hier nu voor je neus en in je aan het gebeuren is. Geluiden, het lezen van deze woorden, gedachten, een geur, fysieke sensaties, zitten of liggen, een kop thee of koffie, om je heen kijken, wat dan ook. Alle vluchtige dingen die voortdurend verschijnen en ook weer verdwijnen in dit eeuwige, permanente nu. De 10.000 dingen waar de Tao het over had, die uit de Bron voortkomen en er niet los van staan. Er is niks verloren gegaan, het paradijs heeft me nooit verlaten, hoe vaak ik ‘het’ ook verlaten heb. Ik ben elke keer opnieuw ‘van huis’ gegaan om het te vinden. Het is het enige wat mij nooit verlaat en me ook niet kán verlaten omdat het niet van mij is. Het is Al wat is, zoals het is en het is van niemand. Laat het leven het levende mysterie zijn dat het is. © Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

Reizen door herinneringen

Verschenen in Bres Magazine, juli 2024

Reizen is heel nuttig, het prikkelt je verbeelding. Al het overige geeft maar teleurstelling en last. Onze reis hier is volkomen denkbeeldig. Dat is zijn kracht. Hij voert ons van het leven naar de dood. Mensen, dieren, steden, dingen, alles berust op fantasie. Het is een roman, een verzonnen verhaal, meer niet. En trouwens, iedereen kan het doen. Je hoeft je ogen maar te sluiten. Het is aan de andere kant van het leven. – Louis Ferdinand Céline

Ik ga vaak op reis. Nog vaker in mijn hoofd dan in het echt, en ik ga ‘in het echt’ al zo vaak weg als ik kan. Maar dus ook in gedachten bezoek ik vaak plekken, meestal plekken waar ik ooit geweest ben, waar ik een bepaalde connectie mee voel. Het kunnen plaatsen in de natuur zijn, steden die me inspireren of ander soort ‘krachtplekken’. Het zijn blijkbaar plaatsen die op de één of andere manier als een soort ankers of bakens in mijn bewustzijn aanwezig blijven. Bakens waar ik terug naartoe kan gaan, terug naartoe kan vluchten zelfs, wanneer de plek waar ik op dat moment ben, te saai of te onvervullend voelt.

Herinneringen aan zulke plekken roep ik niet altijd bewust op, vaak komen ze spontaan op, zonder aanleiding. In andere gevallen kunnen ze opgeroepen worden bij het horen van een bepaald liedje bijvoorbeeld, bij een film, tijdens het lezen van een boek. Een herinnering aan een geur, een gevoel, een stemming, een beeld. Ook een oude foto van een bepaalde plek uit een lang vervlogen tijdperk kan me aan het dagdromen brengen. Of doordat ik aan iemand denk die ik ooit ergens ontmoet heb. De aanleiding kan werkelijk van alles zijn. Alles kan een herinnering oproepen en die herinnering kan weer een hele wereld opentrekken.

Het is maar goed dat die plekken bestaan. En het is misschien ook maar goed dat ik er niet woon, want dan kon ik er niet meer naartoe reizen (of vluchten), fysiek of in gedachten. Juist het feit dat je ergens naartoe kunt reizen, je een bezoeker of een ‘outsider’ blijft, houdt die plek spannend of interessant. Het is moeilijk om je eigen thuis voor langere tijd als iets speciaals te blijven ervaren. Makkelijker is het om een plek wat verder weg zo te zien en te beleven. Na verloop van tijd wordt elke plek ‘gewoon’, wanneer je er woont of te vaak komt. Bovendien is voor mij persoonlijk het leukste aan reizen vaak het reizen zelf, het onderweg zijn.

Verplaatsingen in het echt, of verplaatsingen in je verbeelding, beide kan het een rijke beleving zijn. Je gevangen voelen op één plek kan een vreselijke gevangenis zijn. Veel mensen zijn zo vrij en avontuurlijk in hun binnenwereld, in hun verbeelding, dat ze helemaal niet naar andere plekken hoeven te gaan. Ik herinner me een verhaal over een Indiase spirituele leraar, ik weet niet meer wie het was, die gevraagd werd: ‘u zit altijd maar hier op dezelfde plek, zou u niet bijvoorbeeld een keer naar Londen willen gaan?’ Hij antwoordde iets in de trant van: ‘ik hoef niet naar Londen want Londen is hier al’. Waarmee hij ongetwijfeld bedoelde dat het bewustzijn waar hij in vertoefde, allesomvattend is en dus ook Londen omvat.

Bovendien – misschien doelde hij daar ook op, dat weet ik verder niet – bestaat er helemaal niet zoiets vastomlijnds als ‘Londen’. Er bestaan wel straten, huizen, mensen die er wonen, bomen, een rivier en noem maar op, maar wat we Londen noemen is eigenlijk slechts een idee. Een naam, een samenvatting voor iets wat te groot en te veelomvattend is om samen te vatten. Dat geldt niet alleen voor steden, dat geldt in feite voor alles: we weten van niets eigenlijk echt wat het is; ergens een naam op plakken haalt dat niet-weten niet weg. Maar ik dwaal af. Terug naar het reizen.

Ik kan wel zeggen dat ik aan een bijna voortdurende ‘fernweh’ lijdt: het verlangen om ergens te zijn waar ik op dat moment niet ben. Voor sommige mensen geldt: hoe verder weg, hoe beter. Het liefst backpacken aan de andere kant van de planeet, niet alleen vanwege de afstand maar ook omdat je daar met je westerse vermogen heel lang kunt (over)leven. Voor mijzelf zijn bijvoorbeeld Duitsland, Schotland en Italië al ver genoeg. Zolang de plek maar voldoende afwijkt van Nederland, qua cultuur, architectuur of natuur. En dat is eigenlijk niet zo moeilijk. Zo netjes aangeharkt, reliëfloos en sfeerloos is er bijna geen enkel land te vinden. Alhoewel Nederland natuurlijk ook haar parels heeft.

Fysieke reisjes zorgen weer voor herinneringen. Omdat je vaak in een onbekende(re) omgeving oplettender en aanweziger bent dan in je vertrouwde omgeving, kunnen dingen ook een diepere indruk achterlaten. De rijke en gevulde tijd die dat oplevert, kan bij sommige mensen – bij mij wel in ieder geval – zorgen voor een heerlijk ‘nagloeien’ van zo’n reis. Reizen kan ook je gevoel van tijd veranderen of zelfs helemaal doen wegvallen. Wanneer je bijvoorbeeld in drie dagen tijd veel verplaatsingen maakt, kun je een gevoel krijgen alsof je al twee weken op reis bent.

Ik geloof dat een reisdrang ook een weerspiegeling kan zijn van het diepe verlangen in de mens om eenheid te ervaren. Door te reizen kun je het gevoel krijgen samen te vallen, met de verschillende plekken waar je komt, de geschiedenis, met het onderweg zijn en met jezelf. Je kunt je bewust worden van de onderlinge verbondenheid van plekken, mensen, culturen, gebeurtenissen. Herinneringen die daarbij opkomen, hoeven niet eens per se van jezelf te zijn. Als je een beetje sensitief bent, kun je gemakkelijk iets oppikken van de energie van een plek en ook van voorbije tijdperken, zelfs zonder LSD of paddestoelen. Je kunt als het ware op de energie van een plek in ‘getuned’ raken, samenvallen met de tijdloze eenheid van alles wat daar gebeurt en gebeurd is.

Maak bijvoorbeeld eens een wandelingetje door Parijs. De historie en nostalgie spat van de gevels af. Je wordt voorgaande tijdperken ingetrokken, kunt zien en bijna voelen wat er in die huizen en gebouwen gebeurd is. Al zijn de mensen en gebeurtenissen er fysiek niet meer, hun aanwezigheid echoot in de straten, op de pleinen, in de huizen. Al zijn het niet jouw eigen herinneringen, je kunt er toch een ‘feel’ voor krijgen. Alhoewel het natuurlijk ook gewoon inbeelding kan zijn, maar wat maakt het uit? Het maakt een wandeling door Parijs in ieder geval tot een rijke belevenis. Het is sowieso in deze stad niet zo moeilijk om je bewust te worden van het verleden. Overal hangen bordjes met teksten als: in dit hotel is Oscar Wilde gestorven, hier stond de Bastille gevangenis, in dit huis is Edith Piaf geboren, etcetera, etcetera.

De hobbelige kasseienweggetjes door het oeroude Zoniënwoud, net onder Brussel, iets dichter bij huis. Je kunt de paarden met daarachter de middeleeuwse karren nog bijna zien rijden, daarvoor heb je niet heel veel verbeelding nodig. De oude eiken- en beukenbomen (waarvan de oudste wel 250 jaar oud) ademen een tijdloze kracht en energie. De mysticus Jan van Ruusbroec leefde en werkte hier in de 14e eeuw. Vele van zijn mystieke inzichten kwamen voort uit dit woud en de diepe stilte die hier heerst. Jammer dat er in de vorige eeuw een snelweg dwars doorheen is gelegd. Een Belgische manier om meer bossen te hebben? Diep genoeg het woud in hoor je er gelukkig bijna niets van.

In gedachten ben ik ook nog vaak in Glastonbury, in de zogenaamde West Country van Engeland. Alhoewel ik er maar een keer of drie geweest ben, nu bijna tien jaar geleden, blijft het een plek die regelmatig in mijn herinnering opkomt. Een mystieke plek met een bijzondere energie, zeer populair bij spirituele zoekers, liefhebbers van geschiedenis, hippies, festivalgangers. Het staat bekend als het hartchakra van de aarde, is omgeven met mysterieën over koning Arthur en was ooit een aantal jaren de woonplaats van hedendaags mysticus Eckhart Tolle. Ik heb dierbare herinneringen aan nachtelijke wandelingen naar de top van de Tor (een eeuwenoude heuvel met een wijds uitzicht over de verre omtrek), de glooiende groene heuvels om het stadje heen, de mist die vaak over de valleien heen hangt. Het oude karakteristieke stadje, met allerlei piepkleine new age winkeltjes, spirituele boekenwinkels, kerkjes en traditionele pubs, ademt een middeleeuwse sfeer waar je heerlijk in kunt verdwijnen. Als je ervan houdt tenminste. En zo zijn er natuurlijk tal van plekken. Er is zoveel te ontdekken.

Tijd bestaat niet werkelijk, enkel als concept. Er bestaan alleen herinneringen, die zich in het nu voordoen. Ze herinneren aan gebeurtenissen die hier nu niet meer fysiek aan het gebeuren zijn, maar die ook niet echt verdwenen zijn. Ze blijven als het ware als licht of als trilling aanwezig in een soort veld waarin alles mogelijk is. Een veld waar alles uit voortkomt en alles in terug verdwijnt, zou je kunnen zeggen. De gebeurtenissen leven voort in het bewustzijn van degene die ze ervaren heeft, maar ook in een soort van collectief bewustzijn. De herinneringen zijn weliswaar ontastbaar maar ook onuitwisbaar. Ze zijn echt en niet echt, tegelijkertijd. Mijn oprechte excuses voor deze vage omschrijvingen, maar sommige dingen zijn nu eenmaal onmogelijk goed in woorden uit te drukken. Tijdens mijn laatste verblijf in Parijs zag ik een ansichtkaart met daarop deze tekst van de 19e eeuwse Franse schrijver en dichter Victor Hugo: ‘le souvenir, c’est la présence invisible’ (de herinnering is het heden, onzichtbaar). Treffender en bondiger kan de essentie van wat ik hier wil vertellen denk ik niet verwoord worden.

Je kunt fysiek maar op één plek tegelijk zijn, maar in je geest ben je volledig vrij om overal tegelijkertijd te zijn. Dat besef, overal (en nergens) te zijn, komt waarschijnlijk het dichtst bij een eenheidservaring als mogelijk is voor een mens. Er is alleen dit hier nu. Daarin is alles aanwezig, alles wat gebeurd is, gebeurt en nog zal gebeuren. Er gaat niets verloren. © Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

Het leven zonder mij

Verschenen in Bres Magazine, maart 2024

Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke om het koninkrijk der hemelen binnen te gaan – Nieuwe Testament

Gisteravond met een vriend bij de Chinees op de hoek gegeten. Pure tijdloosheid. 2023 niet te onderscheiden van 1983. Niet in het interieur, niet op de menukaart, niet in de beleving. We aten, dronken, praatten, lachten, zwegen. Puur genieten. Uitdrukking van leven, pretentieloos, doodgewoon leven. Zoals het voor eenieder is eigenlijk. Ik werd deze keer getrakteerd, mijn vriend rekende af. Alleen de prijs bleek veranderd. We liepen naar buiten en ik werd overvallen door een moeilijk te beschrijven gevoel. Een mengeling van nostalgie en verliefdheid? Ja, grenzeloos, nostalgisch verliefd op de gewoonheid van het leven. Er was geen ik bij betrokken; dat was helemaal niet nodig. 

Het leven zonder mij is grenzeloos. Vogels vliegen vrijelijk rond, hier en daar klinkt een geluid, de bomen staan zorgeloos met hun wortels in de aarde en de takken in de lucht. Mensen wandelen door de stad, doen inkopen, er wordt gepraat, gelachen, gelopen. Het is levendigheid. Er wordt geademd (hopelijk!), gekeken, gelezen. Het is namelijk ook de levendigheid die daar nu in dat lichaam aanwezig is. Alles gebeurt zoals het altijd gedaan heeft. Met als enige verschil dat er geen ik bij betrokken is, die zichzelf en daarmee het leven heel serieus neemt. Het leven in een vrije val, zonder degene die alles weegt, beoordeelt, evalueert, inkadert. Het leven zoals het eigenlijk altijd is, maar zoals het niet ervaren wordt door het ‘ik’ dat zich afgesneden voelt van de totaliteit van het leven. Die ervaart niet hét leven, maar zíjn leven.

Hetgene waar dat ‘ik’ het meest naar verlangt – maar wat hij ook het meeste vreest – is dat grenzeloze ervaren van het leven zoals het is, in al haar volheid. Dat kun je een verlangen naar vrijheid noemen. De vergissing is echter dat hij denkt dat hij die vrijheid kan hébben, kan bezitten en kan behouden. Maar het ik, het individu kan het geheel nooit bevatten, laat staan bezitten. Een deel kan nooit het geheel worden of zijn. Persoonlijke verlichting of bevrijding bestaat niet. Bevrijding is niet iets waar het ik beter van wordt; bevrijd van het ik, blijft er niks over. Pure armoede. Daarmee blijft alles over, het geheel, het leven, voor altijd buiten bereik van het ik. Het ik zoekt bevrijding, maar dat is uiteindelijk bevrijding van zichzelf. Het is geen bevrijding vóór het ik, maar ván het ik.

Het ik is een zichzelf in de weg zittende energie. Een denkbeeldig centrum van gedachten, overtuigingen, ideeën, standpunten, emoties. Dat centrum bezit al die dingen, ogenschijnlijk. Het ik is heel fysiek te voelen als een samengetrokkenheid, als een subtiele (of niet zo subtiele) spanning in het lichaam. Een bundel stress, zo je wilt. Een kramp. Vrijstromende, grenzeloze energie – de levensenergie – wordt vastgezet en vastgehouden in het lichaam en ik zeg er nog ‘ik’ tegen ook. Het wordt ervaren als iets wat beschermd moet worden, omdat het continu gevaar loopt.

Het ik is een gevangenis, zou je kunnen stellen. Er is niks mis met dat ik, net zomin als er iets mis is met een gevangenis. Het is alleen niet zo prettig voor datgene wat erin zit: het organisme, de levensenergie. Het ik is niet de gevangene, het ik is nu juist de gevangenis (of de cipier, maar net hoe je het wilt zien). De gevangene is de body-mind die afgeremd en belemmerd wordt in zijn natuurlijke en spontane functioneren. Die body-mind kan bevrijd worden uit de gevangenis, maar niet door de wilskracht van het ik. Die is namelijk zelf het probleem. Nogmaals, bevrijding is nu juist het einde van datzelfde ik. Die zegt misschien wel dat hij bevrijding wil, dat hij wil sterven, maar dat ik wil op welke manier dan ook overleven. Hij wil er zijn wanneer er geen ik meer is, maar dat is natuurlijk volstrekt onmogelijk.

Het ik is een hele rijke man (of vrouw). Hij bezit alles. Zijn gedachten zijn van hem, zijn emoties zijn van hem. En o wee als je eraan komt! Zijn bezittingen zijn van hem. Zijn lijden is van hem. Probeer hem niet zijn lijden af te nemen, want wie is hij dan nog? Zonder de identificatie met al deze zaken, is er helemaal geen vaststaand, op zichzelf staand en afgescheiden ik. De toeëigening en identificatie ís het ik.

Het ik is een zakenman. Hij moet de wereld en mensen om zich heen controleren, managen, manipuleren wellicht, zodat hij zelf overeind kan blijven. Hij is een winnaar. Daardoor ook een verliezer. Zelfs een professioneel slachtoffer. Ik en mijn verhaal. Benadeeld door een ander, een of meerdere ex-partner(s), familieleden, de wereld, het systeem, door wie of wat dan ook. Gekwetst door mensen, situaties, gebeurtenissen. Beledigd door uitspraken, woorden (wat eigenlijk slechts klanken zijn). Je ziet die ikjes overal om je heen (en wellicht in jezelf). En het lijkt wel steeds erger te worden. De staat van de huidige mens: misdaan, misnoegd, benadeeld. En ik kan dit alleen schrijven omdat ik het o zo goed ken in mezelf.

In dat ogenschijnlijke, illusoire eigenaarschap van alles, voelt het ik zich heel eenzaam, heel alleen. Hoe kan het ook anders? Ik ben alleen met mijn gedachten, met mijn gevoelens, met mijn leed. Omdat mijn gevoelens van mij zijn en van mij alleen, voel ik weinig connectie met anderen. Ik scheid me af van mijn omgeving door te zeggen: deze dingen horen bij mij en al het andere hoort niet bij mij. Het creeërt de afgescheidenheid tussen mij en de ander, tussen mij en de wereld. Vanaf het moment dat ik mezelf vastzet, zet ik ook de ander en de wereld vast. Alhoewel het op een praktisch niveau heel handig en nuttig is om zo’n verdeling te maken natuurlijk, dat schept overzicht en duidelijkheid. Maar als het ook werkelijk zo ervaren wordt als absolute waarheid, dan is er onmiddellijk ook een gevoel van verlies, van gemis en leegte.

Wat gemist wordt, wat als kwijtgeraakt ervaren wordt, is grenzeloosheid. En grenzeloosheid kan niet toegeëigend worden. Het ik kan heel veel dingen (denken te) bezitten, kan zelfs het gevoel hebben bijna alles te hebben. Maar bijna alles verbleekt in vergelijking tot alles. Een zeer aangename gevangeniscel verbleekt in vergelijking tot vrijheid.

Aan het ik zitten grenzen en ook aan zijn leven zitten grenzen. Wanneer het ik wegvalt, vallen ook grenzen weg die er eigenlijk niet waren. De begrensdheid kan oplossen in de grenzeloosheid, het is mogelijk. En genadig als het leven is, blijft het het ik frustreren. Totdat ingezien wordt dat er alleen maar leven is, grenzeloos, overvloedig leven. Geen overvloed voor iemand, maar simpelweg overvloedigheid. Alles is er, in een veld van grenzeloosheid, ongebondenheid, oneindigheid en tijdloosheid.

Wanneer er niet langer begrensdheid wordt ervaren, is er ruimte voor alles wat er wil verschijnen. Ook voor onprettige gevoelens bijvoorbeeld. In die staat van openheid en ontvankelijkheid, kunnen er bovendien dingen naar je toe komen; dingen die je daarvoor wellicht onbewust bij jezelf weghield, omdat je al dacht te weten hoe het leven eruit zou moeten zien.Maar omdat er al zoveel vervulling ervaren wordt in de grenzeloosheid, zijn de omstandigheden in je leven ook niet meer zo van belang. De alleenheid die ervaren werd in de cocon van het ik, kan oplossen in de allesomvattende eenheid die het leven is. De werkelijkheid van alles wat is en tegelijkertijd niet is.

Het leven zonder mij is wonderlijk. Het wonder van de fluitende vogels, de winkelende mensen, van een ontbijtje, van op bed liggen, van ademen, van je lichaam voelen, geluiden horen. Met een vriend of vriendin (of alleen) bij een (al dan niet Chinees) restaurant zitten, eten, drinken, praten, lachen, huilen, wat dan ook. Het meest eenvoudige en voor de hand liggende wat er is. Gewoon leven, zoals je als klein kind ook al deed. Kleine kinderen zijn nog niet bezwaard met een ik die alles door een filter ervaart, maar ervaren het leven nog ten volle. Daarom, om te eindigen zoals ik begonnen ben met een quote uit het Nieuwe Testament: ‘tenzij je wordt als kleine kinderen zul je niet het koninkrijk der hemelen binnen gaan’. © Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

Word verliefd op de natuur

Verschenen in Bres Magazine, november 2023

Go home to nature & let nature heal you – Thich Nhat Hanh

Het was een drukte van jewelste in het bos. Ondanks de voorspelde regen hadden blijkbaar toch aardig wat mensen het plan opgevat om, net als ik, eens lekker van de natuur te gaan genieten op deze druilerige zondag. Of om shinrin yoku te gaan ‘doen’. Wat?! Shinrin yoku, je overgeven aan de helende energie van het bos, of letterlijk ‘baden in het bos’. En geef ons eens ongelijk: geen betere plek om tot jezelf te komen, contact te maken met de natuur, rust te vinden, de stilte te proeven, toch? Nou, forget it! Eén en al getetter, gekrijs van kinderen en ander druk gedoe. Collega-wandelaars die zo druk in gesprek zijn dat ze de natuur om zich heen niet eens meer waar lijken te nemen. Ben ik hiervoor nou helemaal met de trein naar Brussel gereisd om mijn meest geliefde bos, het prachtige en mystieke Zoniënwoud te bezoeken? We gaan het bos in om weer de verbinding met de natuur te voelen, maar je kunt je afvragen: voelt de natuur eigenlijk nog wel verbinding met óns? Het zou mooi zijn als dat bos er ook een keer genoeg van zou krijgen en iedereen eruit zou gooien. Nou, nou, zo kan-ie wel weer. Dat laatste is nou juist het ironische: het bos wordt niet verstoord door al die drukte, alleen ík word verstoord, in mijn drang naar rust en stilte. Misschien is er een dieperliggende reden waarom ik me zo tot het bos aangetrokken voel, naast de voor de hand liggende redenen (de schoonheid, de rust, etcetera): wellicht heb ik van het bos te leren hoe ook ik onverstoorbaar kan zijn, ondanks alles wat er in me of om me heen gebeurt. Zo’n ramp was het uiteindelijk ook niet trouwens, ik overdrijf graag een beetje. Het was een gebalanceerde dag met momenten van absolute stilte en één-zijn met de natuur, afgewisseld met wat drukte en irritaties, periodes van zon afgewisseld met flinke plensbuien. Ik zat doorweekt weer in de trein huiswaarts. Maar wel voldaan en opgeladen.

Alles is natuur, alles komt voort uit de natuur. Ook de mens is natuur. De mens is het alleen vergeten. Wij zijn het enige in de natuur wat zich niet meer ‘als natuur’ ervaart. Dat maakt ons bijzonder en uniek, als soort. Ook (enigszins) krankzinnig en in potentie extreem destructief. We zijn volgens onderzoek agressiever dan de meest agressieve aapsoort, de chimpansee. We zijn de enige diersoort die in staat is de natuur waar we zelf onderdeel van uitmaken, te vernietigen. Het gebrek aan connectie met het geheel (met andere levende wezens, met de aarde) in combinatie met ons technologische ‘vernuft’ leidt tot oorlogen, vervuiling, dierenmishandeling en ga zo maar door. ‘Laat alles wat ademt in vrede bestaan’, zong Rob de Nijs zo mooi. Het simpele feit dat de mens zich als afgescheiden van de natuur kán ervaren is de dieperliggende oorzaak van al die ellende. Die capaciteit daar maken we blijkbaar dankbaar gebruik van. Het is komisch en tragisch tegelijk. De mens is het enige wezen dat (zelf)bewustzijn – in de zin van reflectievermogen – heeft, waardoor we onszelf, anderen en de wereld ‘buiten’ ons kunnen objectiveren. Het vermogen tot een dualistisch perspectief dus. Ik ben hier en daar is de ander, dit ben ik en dat is de wereld. De hond kan dat niet, een plant of een boom al helemaal niet. Die kennen zichzelf niet als subject en het ‘andere’ als object, die kennen alleen wat-er-is. Eigenlijk kennen ze helemaal niks, want juist dat kennen houdt dualiteit in: de kennende entiteit en het gekende. Voor een dier is er alleen maar ervaren, leven, zijn.

Maar nu een vrolijkere noot. In dat (zelf)bewustzijn ligt ook een kans. Het is niet alleen een vloek maar ook een zegen. De mens is niet alleen agressiever dan de chimpansee, maar tegelijkertijd ook vredelievender en in staat tot meer tederheid dan de meest vredelievende aapsoort, de bonobo. Juist door ons reflectievermogen, kunnen we ook weer opnieuw bewust worden van de schoonheid en levendigheid van de natuur. Doordat ik het contact met de natuur kwijt ben, verlang ik ernaar terug. Als ik de connectie nooit kwijtgeraakt zou zijn, zou ik ook niet de euforie kunnen ervaren van het terugvinden van die connectie. Een vis vraagt zich niet af wat water is, maar is er één mee. Een mens vraagt zich wél af wat natuur is en ervaart daardoor (hopelijk) ook de vreugde van het opnieuw ontdekken ervan. Dat plezier van het contrast heeft een dier nooit; die heeft natuurlijk wel het plezier van het voortdurende contact. Twee verschillende ervaringen; de beleving van het dier is prachtig in zijn eenvoud, de beleving van de mens is niet minder prachtig in zijn gecompliceerdheid.

Die gecompliceerdheid, daar is de natuur de beste remedie tegen overigens. En ook tegen verslavingen. Vooral tegen die verslaving waar alle andere verslavingen slechts afleiding voor moeten bieden: die aan het denken. De natuur zet namelijk niet aan tot denken, eerder tot verwondering. Alhoewel je bijvoorbeeld een hoop kennis kunt hebben over een boom, het wezen ervan blijft een mysterie. En daarover kun je je eigenlijk alleen verwonderen.

In de hoop bevrijd te raken van het juk van het menselijke, complexe en vaak problematische denken, gaan veel mensen ‘naar binnen’, met name door middel van meditatie of zelfonderzoek. En hoe waardevol dat ook is, ik geloof dat het voor veel mensen veel effectiever kan zijn om juist ‘naar buiten’ te gaan, te verbinden met de wereld om zich heen en met name de natuur. Door bewust te worden van iets groters dan jezelf, raak je eigenlijk meteen bevrijd van jezelf. De weg naar binnen komt ook op die realisatie uit, het is alleen een andere ‘aanvliegroute’, alhoewel er in wezen geen route, geen afstand en geen doel is. Persoonlijk ervaar ik de directe connectie met de natuur vooral wanneer ik door een bos loop, in het contact met dieren of wanneer ik naar de (sterren)hemel opkijk. Het is een soort inpluggen op de oneindige diepte van al het natuurlijke, dus ook van ‘mezelf’.

De connectie met de natuur houdt zowel een geven als een ontvangen in, het is een wisselwerking. Om je bewust te worden van die connectie, dat vraagt om een openheid, zowel naar buiten als naar binnen: van binnen naar buiten zodat de zintuigen, onze voelsprieten open komen te staan en van buiten naar binnen een ontvankelijkheid zodat de natuur haar volheid en levendigheid kan openbaren. Als ik met andere dingen bezig ben, afgeleid ben, mijn aandacht door gedachten in beslag genomen wordt, gaat er geen zintuiglijke aandacht naar buiten en kan er dus ook niks binnenkomen. Het bos is altijd aanwezig, geeft voortdurend van haar pracht, maar als ik niet kijk, luister, ruik en voel, gaat dat allemaal langs me heen. De hond is er altijd klaar voor om contact te maken, maar wij lopen er met onze smartphone in de hand naast. En de (sterren)hemel? Die laat zijn oneindige natuur voortdurend zien, we hoeven alleen even onze blik op te richten.

De uitnodiging is dus: word verliefd op de natuur. Laat de natuur je van jezelf, van je denken en van je verslavingen bevrijden. In de poetische en straffe bewoordingen van Charles Bukowski: ‘find what you love and let it kill you’. Of laat de natuur je helen, zoals de zenleraar Thich Nhat Hanh zei; dat is een andere manier om hetzelfde te zeggen. Heling is simpelweg de herstelling van het contact met de natuur. Die connectie met de natuur, met het Al, is namelijk wat je bent. En dat gaat nou juist voorbij aan wat je dénkt te zijn. (Mooi woordje trouwens, Al: het is er al en het is al(les) wat er is.) Ik en de natuur, ik en de ander: wat je bent, zit hem niet in het woordje ‘ik’, ook niet in ‘natuur’ of ‘ander’, maar juist in het woordje ‘en’. Dat ene woordje verwijst naar de verbinding, naar het samen-zijn, togetherness. Dat samen-zijn is de vrijheid zelf, het ‘ik’ wat je denkt en gelooft te zijn is slechts een kleine cocon binnen die uitgestrekte, levende vrijheid. De natuur bevrijdt je van je kleine ik, om samen te vallen met Heelheid. Taal houdt hier op, is volledig ontoereikend, maar ik ga toch nog even door. De natuur ‘heelt’ ons, herstelt onze connectie met het ‘ge-heel’. Daar hoef je zelf niks voor te doen, kún je zelfs niks voor doen. Je kunt hooguit in de weg zitten. Aanwezig zijn is genoeg, open zijn is genoeg; de natuur ‘doet’ het helen, het bevrijden. Zij herstelt de connectie die ik miste omdat ik vast zat in de gevangenis van het ik. Het veld van samen-zijn wordt weer voelbaar en er wordt ingezien dat dat veld nooit weg was. Het was of beter gezegd is er altijd, alleen meestal niet voelbaar doordat de ik-energie zo overheersend was. Zoals in het cliché dat de zon er ook altijd is, slechts tijdelijk verborgen door wolken.

De geur van het bos na een regenbui. Vogel-gezang. De lucht die je in- en uitademt; dezelfde lucht die een ‘ander’ inademt. Water uit de kraan over je handen. De mens die naast je zit. De zon die de zee beschijnt. Het voedsel wat je eet. De plant in je woonkamer. Het vallen van de regendruppels. Alles is bijzonder. Er zijn geen saaie momenten, er zijn zelfs geen losse momenten. Alles ademt de oneindigheid. Alles is prachtig in zijn oneindige diepte. Verlies jezelf in de natuur en vind jezelf. Hoe paradoxaal dat ook mag klinken. En ik had dit artikel beter ‘Ode aan de natuur’ kunnen noemen. © Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

Waarheid is verhaalloos

Verschenen in Bres Magazine, september 2023

Een verhaal is niet de waarheid. Geen énkel verhaal is de waarheid. Toch maakt ons menselijke denken graag verhalen van gebeurtenissen, situaties, relaties en dergelijke, en is erdoor gefascineerd, geobsedeerd, eraan verslaafd zelfs. De mijne heeft die neiging wel in ieder geval. En ik ben niet de enige; veel mensen zijn verslaafd aan hun eigen drama’s, maar ook aan nieuws, roddels, films of series. Verslaafd aan de emotionele kick die we ervan krijgen, welke emoties het dan ook maar zijn die door het verhaal opgeroepen wordt. Maar met waarheid heeft het allemaal bar weinig te maken.

Het politieke debat vandaag de dag – vroeger trouwens ook al – roept vooral veel boosheid op, verontwaardiging, agitatie. Heerlijk voer voor de mind. Elke keer opnieuw kun je je opwinden over wat er nu weer gezegd of besloten is of wat er nu weer geschreven wordt in de media waar je het niet mee eens bent. Waar je het wél mee eens bent, roept uiteraard een tegenovergestelde emotie op: euforie, blijdschap, opwinding. Maar het patroon is hetzelfde: een emotionele respons op een verhaal, die weer een honger naar meer verhalen oproept, etcetera. Lees/kijk, wind je op en herhaal, is het devies.

Als reden voor mijn gevoel van agitatie – omtrent corona, oorlog, racisme, klimaat, ruzie met de buren of mijn partner, noem maar op – kan ik misschien aandragen dat het over rechtvaardigheid gaat en dus heel belangrijk is. Maar wat voor mij rechtvaardig is, kan voor een ander heel onrechtvaardig zijn en omgekeerd. We hebben allemaal een verschillend perspectief, maar net afhankelijk van onze opvoeding, de plek waar we opgegroeid zijn, of we het financieel krap of breed hebben, wat onze belangen en interesses zijn, hoe we geprogrammeerd zijn, enzovoorts, enzovoorts. En dus kun je oeverloos discussieren over al die onderwerpen – wat ook zijn plek heeft, want zo kom je wellicht tot wederwijds begrip – maar ‘de waarheid’ bestaat niet. Niet op dat niveau in ieder geval, het niveau van denken, concepten en taal. Iedereen heeft zijn eigen waarheid of beter gezegd: iedereen heeft zijn eigen verhalen, zijn eigen opvattingen, meningen, oordelen, standpunten, en ga zo maar door. Zoals in de Hsin hsin ming (één van de oudst bewaard gebleven zenteksten uit de 6e eeuw) staat: ‘zoek niet naar de waarheid; zie alleen af van je standpunten’.

Die verhalen en emoties spelen zich allemaal af op het niveau van dualiteit, van tegengestelden. Waar je vandaag blij van wordt, daar kun je morgen heel boos of verdrietig van worden. Degene die mij vandaag zo gelukkig maakt, kan me morgen heel ongelukkig maken. De emotionele respons (en het gevoel van rechtvaardigheid) heeft te maken met de betekenis die ik aan de persoon, het ding of de relatie gegeven heb, de emotionele ‘investering’ die ik erin gedaan heb. Mensen raken alleen verontwaardigd over dingen die ze belangrijk gemaakt hebben, waar ze waarde aan hechten – zoals het woord verontwaardigd al zegt. Dat werkt ook zo voor boosheid, verdriet, blijdschap, schaamte.

De realiteit van een emotie is echter heel eenvoudig: een fysieke sensatie in het lichaam. Ik ben niet verslaafd aan zo’n fysieke sensatie, maar aan het verhaal en het drama eromheen. Niet aan het gevoel an sich maar aan alles wat mijn mind er bij-denkt en er bij-voelt. Ik heb dat verhaal nodig om me op te winden over de politiek, rond te blijven gaan in relatiedrama, of me geweldig of juist ellendig te voelen over ‘mijn leven’.

Op een relatief vlak bestaan er natuurlijk wel feiten en onwaarheden. Die hebben alles te maken met conventies. We hebben bijvoorbeeld afgesproken dat we die dingen waaruit bossen bestaan, ‘bomen’ noemen. Als iemand zegt: dat is een deur, dan kun je zeggen, ‘nee dat is niet waar, dat is een boom’. Dat is namelijk wat we afgesproken hebben. Die afspraken zijn nog wel gebonden aan taal, cultuur en context. Hetzelfde ding heeft verschillende namen in verschillende talen. En sommige talen, zoals bijvoorbeeld het Chinees, zitten zó anders in elkaar dat we maar lastig tot een gemeenschappelijke ‘waarheid’ zou kunnen komen (daarom zijn er bijvoorbeeld zoveel verschillende en behoorlijk uiteenlopende vertalingen van Chinese zenteksten zoals bovengenoemde). Maar al met al, op een conventioneel vlak, kunnen we zeggen dat het ene waar is en het andere onwaar. De waarheid hoeft op dat vlak ook niet bevestigd of verdedigd te worden, want die spreekt voor zich.

Ik heb ooit een film gezien over iets wat echt gebeurd is tijdens de Eerste Wereldoorlog: een staakt-het-vuren en zelfs verbroedering tussen aan de ene kant Duitse en aan de andere kant Franse en Schotse soldaten tijdens kerstmis 1914. De film heet Joyeux Noël. In de film zit een scène waarin een Duitse en een Franse soldaat elkaar – ietwat geïrriteerd en overtuigd van hun eigen gelijk – corrigeren over de naam van de kat die soms aan de ene en soms aan de andere kant gezelschap komt houden. De Duitser noemt de kat Felix en de Fransman noemt hem Nestor. Ik vond het een grappige scène die laat zien hoe onzinnig en absurd het geven van namen aan dingen (en daar absoluut in geloven) eigenlijk is. De kat is het natuurlijk om het even of ie nou Felix of Nestor genoemd wordt, die trekt zich niks aan van onze mensentaal en ook niet van onze verhalen, conflicten en oorlogen (zolang ie maar aandacht krijgt).

Voor de kat bestaat er alleen dat wat is, zonder toevoeging van gedachten over dat wat is. Daarom leeft de kat (evenals alle andere dieren) voortdurend in waarheid. Wij mensen leven in essentie ook in waarheid maar we voegen er iets aan toe, en die toevoeging maken we zelfs belangrijker dan de waarheid. Net zo absurd als het geven van een naam aan een kat en dan geloven dat die naam belangrijker is dan het ‘ding’ waar de naam naar verwijst. Zoals eveneens in de eerder genoemde zentekst staat: ‘gebonden door je gedachten, raak je de waarheid kwijt’. Wat we toevoegen is een laag van verzinsels, fantasie, illusie, maya. Een toevoeging aan de verhaalloze werkelijkheid die volslagen nutteloos en overbodig is, maar ook erg verleidelijk en hardnekkig.

Leven in en vanuit waarheid is heel eenvoudig. Dat wil niet zeggen dat het gemakkelijk is, want eenvoud is nou juist wat het ‘ik’ niet kan verdragen. Het ‘ik’ wíl complexiteit, drama, sensatie, prikkels, verhaal. De bereidheid om de realiteit te zien en ervaren zoals die is, ontstaat pas wanneer de fascinatie met het verhaal en het bijbehorende drama werkelijk losgelaten wordt. Pas dan kan de ‘verkleving’ tussen werkelijkheid en verhaal wegvallen. Het is voor veel mensen een belangrijk omslagpunt (of het eindstation) van een traject bij een psychotherapeut: erachter komen dat je het verhaal misschien wel los zou kunnen laten maar dat het ‘ik’ het verhaal helemaal niet los wil laten. Dat zou namelijk het einde betekenen van het ‘ik’. Ik-en-mijn-verhaal is waarschijnlijk de sterkste verslaving die er bestaat. En eentje die gebaseerd is op onwaarheid.

Verhalen kunnen positief of negatief zijn, gunstig of ongunstig, blij of verdrietig. De Hsin hsin ming zegt daarover: ‘de ultieme waarheid over de beide polen, is dat ze één leegte zijn’. In waarheid bestaat er geen conflict, bestaan er geen voorkeuren zelfs. Waarheid trekt zich – net als de eerder genoemde kat – niks aan van welk verhaal dan ook. Wat is waarheid dan? Wat blijft er over als je de laag van verhalen weghaalt? Stilte, Ruimte, Niets, Alles, Dit. Mysterie wat niet in denken of verhaal te vatten is. De kunst van het leven is om die tijdloze, naakte werkelijkheid niet te vervuilen met verleden en toekomst. © Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

Liefde is.

Verschenen in Bres Magazine, juli 2023

Het is niet je taak om naar liefde te zoeken, maar eerder om de hindernissen die je in jezelf hebt opgebouwd tegen de liefde op te sporen – Jalal ad-Din Rumi

Ik ben een ramp in relaties. Dat is een feit. Tenminste, in mijn beleving. Het is dus geen absoluut feit. Alles is relatief; er zijn vast mensen die nog rampzaliger zijn op het gebied van relaties. Nou ja, goed, wat ik wil zeggen, is dat ik liefde moeilijk vind. En liefde is dan weer niet hetzelfde als relaties. Hier, ik ben nog maar net begonnen of ik zit mezelf al vast te schrijven vanuit een warboel van tegenstrijdige ideeën.

Het verlangen naar een liefdesrelatie is in mijn leven waarschijnlijk hele lange tijd het grootste en sterkste verlangen geweest. Toen ik aan het eind van mijn tienerjaren en begin twintiger jaren nadacht over wat ik wilde in mijn leven, kwam er eigenlijk altijd maar één ding heel sterk omhoog: een vervullende intieme relatie met iemand. Bij die ‘iemand’ had ik dan wel een redelijk afgebakend beeld: hoe ze eruit zou zien, hoe ze zou zijn als persoon, wat ik met haar zou ervaren, enzovoorts. Op andere gebieden zoals studie, werk, wonen en reizen had ik eigenlijk toen nog niet zulke uitgesproken doelen voor mezelf. Ik zou het allemaal wel zien. Maar dat ene ‘ding’, een intieme relatie, daarvan wist ik zeker dat ik het wilde.

Uiteindelijk ‘kreeg’ ik dan mijn eerste serieuze relatie toen ik twintig was. Aanvankelijk was er natuurlijk de euforie, het plezier van het samenzijn, het samen dingen doen, verliefd zijn, seks, noem maar op. Maar ‘the novelty wears off’, zoals ze in het Engels zo mooi zeggen, en na een paar maanden kwam ik erachter dat deze relatie, waar ik zo hevig naar verlangd had, me helemaal niet zo gelukkig maakte als ik verwacht had. Ik geloof dat het voor bijna iedereen min of meer zo werkt. Na verloop van tijd ontdek je minder leuke dingen aan de ander en ga je inzien dat veel dingen die je aanvankelijk zag in de ander, of in de relatie, je eigen projecties waren – dingen die je wílde zien. Helaas, of gelukkig maar, ketsen die projecties na een tijdje onvermijdelijk terug naar jezelf en word je als het ware op jezelf teruggeworpen. In een relatie kom je de ander misschíen tegen, maar jezelf kom je zéker tegen. Dat kan heel waardevol zijn, want het is een opening. Een mogelijkheid om te beginnen inzien waar je allemaal aan vasthoudt, wat je afhoudt, welke belangen je allemaal in de lucht houdt, etcetera. Een opening naar een completer besef van wie je bent, met als mogelijke uitkomst dat je uiteindelijk ook op een gezondere en ‘ruimere’ manier met jezelf kunt zijn. Dat gebeurde in mijn geval echter niet. Daar had ik nog heel veel relaties voor nodig om dat proces enigszins in te gaan.

Ik denk dat ons verlangen naar een relatie eigenlijk een verlangen naar liefde is. Nogal voor de hand liggend eigenlijk. Maar wat is liefde? (Als liefde überhaupt in woorden uit te drukken is tenminste.) Die vraag zou zo een Zen-koan kunnen zijn. Misschien is het wel beter om die vraag onbeantwoord te laten, zoals een koan ook geen antwoord vraagt op een verstandelijk of ‘begrips’-niveau, maar bedoeld is om je dieper te brengen, voorbij woorden en begrippen. Maar aangezien dit een geschreven artikel is, moet ik wel woorden gebruiken en moet ik er toch iets over zeggen. Niet dat ik denk te weten wat liefde is, maar ik denk wel in mijn pretentieusheid te weten wat het níet is. En wanneer je weet wat het niet is, blijf je over met wat het wel is, alhoewel dat dan weer niet te definiëren of te benoemen is. Is dat nog te volgen? Of zoals Rumi schreef dat je de hindernissen op moet sporen die je tegen liefde gebouwd hebt, waardoor het vanzelf duidelijk en voelbaar wordt wat liefde is (dat laatste schreef hij niet, dat is mijn beperkte interpretatie). Opsporen is misschien ook helemaal niet nodig; als ik een beetje oplet, dienen die obstakels, barrières, weerstanden, ‘moeilijke’ gevoelens zich vanzelf aan. Ik hoef niet op zoek naar het uitzonderlijke, maar hoef me alleen bewust te worden van het voor-de-hand-liggende.

Wat doe je trouwens met die hindernissen tegen de liefde wanneer je ze gevonden hebt? Ik weet niet of Rumi daar verder nog iets over geschreven heeft, maar ik zou aan het citaat toe willen voegen ‘…en ermee zijn’. Alles wat je tussen jezelf en liefde hebt gezet er laten zijn en ermee zijn, zonder die obstakels weg te willen hebben. We zijn zo geneigd om obstakels uit de weg te willen ruimen, voorbij te gaan aan alles wat niet prettig is en zo snel mogelijk een doel te bereiken. Maar liefde laat zich niet dwingen of forceren. Dat zijn nou juist al de hindernissen: weerstand, angst, forceren, iets weg willen hebben, iets anders willen hebben dan hoe het is. Vanuit m’n neiging om liefde te vinden in een volgend moment, vertrap ik de liefde die hier nu al is. Je hoeft inderdaad niet op zoek naar liefde want liefde zit ‘m al in hoe je met de hindernissen om kunt gaan die je in jezelf tegenkomt. Het toelaten van lastigheden ís al liefde, genade, welwillendheid. Door ruimte te bieden aan die dingen, kan het harnas van het ego wat verzachten. Een hard schild daar kan niks doorheen. Niet van buiten naar binnen, maar ook niet van binnen naar buiten.

Je kent vast wel die plaatjes met ‘Liefde is…’ gevolgd door wat het dan zou zijn (huwelijk, samen spelen, elkaars hand vasthouden, etcetera). En daar is natuurlijk ook allemaal niks mis mee. Ik zou alleen in de eerste plaats de drie puntjes vervangen door één. Liefde is. Liefde is niet dit of dat. Liefde sluit niks uit en kiest niks uit. Hoeft niks weg te hebben en hoeft niks vast te houden. Liefde is de openheid zelf. Verwelkomende, receptieve ruimte. Waar dus ook al die relatieve betekenissen van liefde in kunnen bestaan. Maar als ik de eerste ‘betekenis’ over het hoofd zie en alleen naar de relatie kijk (om me gelukkig te maken), dan heb ik voor mezelf een perfect recept voor lijden gemaakt. Dan zit ik al in de relatie met een krampachtigheid, die zélf al een vorm van lijden is. En daarbovenop kan ik dan ook nog elke keer mijn hoofd stoten, verwachtingen niet uit zien komen, behoeften niet vervuld zien. Wat een ellende.

Liefde is niet hetzelfde als een relatie. Liefde is iets anders dan behoefte of verliefdheid. Niet dat er iets mis is met behoeften of verliefdheid of relaties, het is gewoon niet hetzelfde. En wanneer je die dingen toch met elkaar gaat verwarren, loop je het risico het deksel van de werkelijkheid op je neus te krijgen. Dat deksel heb ik vaak op mijn neus gekregen. In al mijn relaties had ik een hoop verwachtingen, eisen aan de werkelijkheid, projecties op de ander, enzovoorts. En daarmee dus ook veel verwijten, frustratie, boosheid, teleurstelling, verdriet. Ik zou heel verbitterd geworden kunnen zijn en bij momenten ben ik dat ook geworden. Teleurgesteld in de liefde, zogezegd. Ik denk dat veel mensen dat gevoel herkennen. Gedesillusioneerd, mooi woord. Letterlijk: ontdaan van illusie. Klinkt positief, maar het ik houdt de illusie nu juist graag overeind, de illusie van afgescheidenheid. Ik zeg dat ik liefde wil, maar het ‘ik’ wil nu juist graag zijn eigen zin hebben. ‘Not thy will, but my will’, zeg maar. Niet dat daar dan weer iets mis mee is. Maar het is goed om het in de gaten te hebben wanneer ik liever m’n zin wil hebben, dan dat ik de liefde haar gang laat gaan. Dan kom ik namelijk niet zo snel voor verrassingen te staan. En het is ook een stuk eerlijker naar mezelf (en naar de ander). Bovendien is het zo dat iets uit zichzelf naar je toe kan komen, wanneer je het niet meer nodig hebt, maar op een ontspannen, ontvankelijke manier aanwezig bent. ‘Afwezig’ aanwezig; het ‘ik’ afwezig of op de achtergrond, aanwezig met openheid.

Liefde gaat voorbij het persoonlijke, alhoewel persoonlijke liefde prima kan bestaan binnen de ruimere betekenis van liefde. Of andersom (een beetje recalcitrant) gesteld: zelfs in een relatie kan nog liefde bestaan. Liefde trekt zich niks aan van wat wij wel of niet willen. Je kunt liefde nooit claimen in de zin van ‘dit is mijn liefde’. Je geeft geen liefde maar liefde geeft ‘door jou’. Als een relatie eindigt is daarmee de liefde ook niet per se weg. ‘Omdat er liefde is, bestaat er geen voorbij’, zag ik eens op een grafsteen. Liefde heeft geen begin en geen eind, een relatie heeft een begin en een eind. Het is natuurlijk maar hoe je het begrip ‘relatie’ definieert. Je zou ook kunnen zeggen dat de relatie gewoon blijft bestaan, wanneer twee mensen elkaar niet meer zien of wanneer één van de twee komt te overlijden. De essentie van de relatie blijft, met andere woorden. De vorm van de relatie verandert of verdwijnt, maar dat waar de relatie niet zonder kan – liefde – blijft hetzelfde. Liefde kan makkelijk zonder een relatie maar een relatie zonder liefde is geen echte relatie. Je zou bijna gaan denken dat ik tóch denk te weten wat liefde is… (én toch nog drie puntjes achter ‘liefde is’)

Het ik zit liefde vaak enorm in de weg met zijn belangen en vooral met het denken. Veel relaties werken niet, simpelweg omdat ‘wij’ erin zitten. Wanneer de liefde stroomt, wat moet er dan anders zijn dan hoe het is? Uiteindelijk zijn we allemaal rampzalig op het gebied van relaties. Op dat gebied kunnen we soms slagen, maar zullen we vaak ook falen. Daar is zowel lukken als mislukken van toepassing. Op het niveau van de liefde is dat allemaal niet van belang. In de liefde kun je niet mislukken en ook niet lukken. Maar al zijn liefde en relaties twee verschillende dingen, ze kunnen prima naast elkaar bestaan. Het beste is de liefde met rust te laten, niet mee te bemoeien. Niet proberen de paradox van het leven te begrijpen maar ermee samen te vallen. © Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

Samenvallen met de cosmos

Verschenen in Bres Magazine, mei 2023

Angst is de kloof tussen het nu en het later – Fritz Perls

De toestand in mijn hoofd was een ramp. Er spookten allerlei gedachten rond met betrekking tot mijn gebruikelijke zorgen: wonen, relaties, gezondheid, werk. Maar vooral het woonprobleem voerde dit keer de boventoon. Het was vijf uur ‘s ochtends en ik kon de slaap niet meer vatten, terwijl ik daar normaal geen enkele moeite mee heb. ‘Wat moet ik nou met die geluidsoverlast van de buren?’ ‘Wil ik hier überhaupt nog wel blijven wonen?’ ‘Waar wil ik nu écht wonen?’ Dat soort vragen, misschien herkent u ze, misschien niet. Voor hetzelfde geld was het trouwens een ander probleem geweest die nacht. Maar het soort vragen bij elk probleem is meestal hetzelfde. Vooral vragen die beginnen met wat, wie, waar, en natuurlijk waarom, de meest nutteloze van allemaal. De onderliggende oorzaak van al die vragen: angst.

Zulke gedachten gaan (bij mij in ieder geval) vaak gepaard met spanning in mijn buik, oppervlakkig ademen, spierspanning, druk op mijn borst. Als je vaker in zo’n ‘in jezelf vastdraaiende’ cirkel terecht komt, kun je ook nog andere verschijnselen verwachten: steken, kramp, verlamming, moedeloosheid, depressie en nog erger. Dat is wat zulke gedachten doen: een reflectie creëren in het lichaam, zodat de lichamelijke toestand overeenstemt met de psychische toestand. Dat kan niet anders, lichaam en geest zijn immers verbonden. De toestand in mijn lijf was dus ook een ramp. Nog meer gedachten: ‘waar voel ik me nu echt thúis?’ ‘Ik zie op tegen een verhuizing en al het gedoe eromheen.’ Ja, ga nog even lekker een keer! Dat is ook een gedachte trouwens. Inmiddels lag ik daar, kortademig en bijna totaal verkrampt. Je zou er zowat MS-achtige klachten van krijgen. Ow, weer zo’n gedachte! Enzovoorts, enzovoorts.

Hier nog wat extra tips voor de doe-het-zelver, die ook bovenstaande ramptoestand wil creëren: wanneer je dus midden in de nacht wakker wordt (of gewoon overdag, liefst wanneer het je het slechtste uitkomt), moet je aan hetgene gaan denken wat jou de meeste kopzorgen bezorgt. Als je dat onderwerp gevonden hebt (meestal hoef je niet ver te zoeken), ga dan jezelf vragen stellen waar je van weet dat je er toch zo één, twee, drie geen antwoord op kunt vinden (bijvoorbeeld de vragen van hierboven). Hoe vager en ruimer, hoe beter. Niet richten op kleine stappen die je eventueel zou kunnen zetten, maar juist denken aan hoe ver het bedachte einddoel af ligt van waar je nu bent. Angst is immers de kloof tussen het ‘nu’ en het ‘later’. Daarmee garandeer je voor jezelf dat het afgescheiden ‘ikje’, de ‘mind’ zich heerlijk in de hele toestand vast kan bijten en dat je over pakweg 1 à 2 uur nog steeds wakker ligt, als het goed is nog angstiger dan je al was. Je moet vooral niet teveel bewegen, maar stokstijf blijven liggen en je adem zoveel mogelijk vasthouden. Op alles wat je waarneemt om je heen, moet je je eigen gespannenheid en vervreemding projecteren, zodat het lijkt alsof de hele wereld een vijandige en akelige plek is. Verder moet je jezelf op je kop geven als er nog meer gedachten opkomen. Zeg dan tegen jezelf iets in de trant van: ‘het lukt mij ook nooit om ergens duidelijkheid over te krijgen!’ Gegarandeerd dat er daarna nog wat meer gedachten en bijpassende gevoelens van kramp, spanning, angst en zelfafwijzing opkomen.   

Even zonder gekheid: door heel helder in te zien wat je doet en hoe je die dingen doet die je in de bekende vicieuze cirkel doen belanden, wordt de kans een stuk kleiner dat je er de volgende keer weer met je volle verstand en met open ogen in trapt. Wat ik hierboven beschrijf is een vorm van radicaal zelfonderzoek, waarbij je je helemaal niet druk hoeft te maken over wat je zou willen, maar juist heel scherp in kaart brengt hoe je jezelf in de nesten werkt. Wanneer dat gezien wordt en daarmee dat mechanisme uit elkaar begint te vallen, ontstaat er vanzelf de helderheid van waaruit nieuwe oplossingen worden gezien. Je komt vanzelf uit bij je intuïtie. Of anders gezegd: doordat je ziet hoe je in gedachten en gevoelsmatig voortdurend weg zit te bewegen van wat er al is, kan dat mechanisme stilvallen. Wanneer dat stilvallen gebeurt, is wat er overblijft intuïtie, die voortkomt uit dat wat is. En intuïtie is niet van iemand, maar komt slechts door je heen wanneer het ‘ikje’ niet meer in de weg zit.

Nu weer even terug naar die bewuste (of eerder onbewuste) nacht. Ik had dus zoiets gedaan als het bovenstaande recept in elkaar gezet. Tevens kwam er een metaforisch beeld bij me op: ik woon te klein. Er is hier, waar ik woon, te weinig ruimte voor wat er eigenlijk allemaal in zou moeten passen. Of misschien heb ik gewoon teveel spullen, dat kan ook. Hoe het ook zij, ik ervaar in ieder geval grenzen aan dit huis, grenzen die te dicht bij liggen, ik stuit maar al te snel op een muur of een deur. Niet alleen woon ik te klein, ik woon ook nog eens niet comfortabel. Niet alles functioneert goed. Sommige deuren gaan niet goed open en dicht. De muren zijn wel goed geschilderd en met mooie dingen behangen, maar toch ervaar ik niet dat ik me hier thuis voel. Hoe komt dat nou toch?

Wat zich allemaal in mijn hoofd en lijf afspeelde, voelde dus duidelijk beklemmend. Ik voelde me niet thuis in mijn eigen energie; mijn innerlijke belevingswereld voelde te klein. Logisch, want het ‘ikje’ meet zichzelf beperkingen aan. Ik had het gevoel geen ruimte te kunnen geven aan bepaalde gevoelens (mijn ‘spullen’), geen connectie te ervaren tussen bepaalde delen van mijn lichaam (omdat er deuren of muren tussen lijken te zitten, oftewel weerstand). Mijn hoofd en mijn lijf als een versplinterde toestand, met onderdelen all over the place. Mijn ademhaling ging heel moeizaam. De energie stroomde niet zoals ik wist dat die kán stromen.

Totdat er iets losliet en iets anders mij uit zichzelf begon te doordringen. De spanning in mijn lijf veranderde geleidelijk aan van paniekerig naar aangenaam. Ik voelde de energie naar mijn benen stromen. Met die benen kan ik me verplaatsen, met mijn voeten maak ik contact met de grond. Mijn ademhaling begon dieper naar mijn buik te zakken, vanzelf, niet omdat ik die probeerde te dwingen. Er kwam nu een ander beeld bij me op van een huis met een aantal etages. Eén hoog verticaal gebouw, wat niet op zichzelf staat, maar verbonden is met andere huizen. Het wordt gedragen door vaste stevige grond en staat aan de bovenkant in verbinding met de eindeloze hemel. Een verticaal gebeuren in een horizontale wereld. Niet los van de wereld, maar er toch vrij van. ‘In de wereld maar niet van de wereld’.

Ik voelde nu de energie ontspannen door mijn hele lichaam stromen, terwijl een innerlijke stem leek te zeggen: ‘je lijf is je huis. Je bent op zoek naar een thuis ergens in de buitenwereld, maar nu zie je dat die thuisplek geen fysieke plek ergens in de wereld is, maar simpelweg het gewaarzijn van je innerlijke lichaam, de ademhaling, de energie.’ En natuurlijk is die energie niet beperkt tot het ogenschijnlijk fysieke lichaam. Want als ik zo die energie voel bewegen, zogezegd op deze plaats, ontdek ik dat die niet op een bepaalde plaats in de ruimte is, maar de ruimte zélf is, ruimtelijkheid. Het innerlijke lichaam verbindt me, krom gezegd, met het universum. Sterker nog, het innerlijke lichaam ís het universum. Een innerlijk samenvallen met de kosmos, met het leven. Niet voor niks zijn de woorden ‘lijf’ en ‘life’ bijna identiek aan elkaar. Door naar binnen te gaan, word je tegelijk naar buiten gebracht. Inderdaad, paradoxaal. Op natuurlijke en spontane manier ervaar je weer de ontspannen verbondenheid met de wereld. Door angstig en behoeftig naar buiten gericht te zijn, kom je juist gevangen te zitten in je eigen bubbel, je eigen projecties en verwachtingen, je zelfobsessie. Je kunt ervaren hoe je energie naar buiten verdwijnt wanneer je loopt te tobben over iets. Die levensenergie beweegt mee met je projecties, wordt er als het ware door gekaapt. Door te zien hoe dat gebeurt, kan die energie weer terug naar binnen keren, waar tegelijk dus ook de natuurlijke verbinding met ‘de buitenwereld’ zich bevindt. Ik ga voorbij tijd en ruimte wanneer ik diep mijn lichaam in gebracht word. De projecties lossen op en ook de vraag ‘waar wil ik nu echt wonen?’ lost op. ‘Waar voel ik me nu echt thuis?’ wordt een absurde vraag vanuit deze innerlijke beleving van overal-en-nergens zijn.

Zo lag ik daar een uur of twee voordat ik uit bed kwam. Ik heb me de hele dag niet druk gemaakt over wel of niet verhuizen. Die vraag zorgt wel voor zichzelf. In plaats van me druk gemaakt over verhuizen in de toekomst, ben ik terplekke verhuisd, naar binnen. En tegelijk naar buiten. Want: ‘zo binnen, zo buiten’. Overal en nergens. Een verhuizen op de plaats, als het ware. Verhuizen zonder fysiek te verhuizen. Geen noodzaak meer om te verhuizen, in ieder geval niet met de illusie om ergens anders gelukkiger te worden dan hier. Verhuizen zal gebeuren hoe dan ook, maar dan zonder al dat gepieker en getob. © Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

Reflecties op het mens zijn

Verschenen in Bres Magazine, januari 2021

Ik ben een muziekliefhebber. En bij momenten kan ik diep geraakt worden door muziek. Wanneer ik bijvoorbeeld naar het adagio van het vijfde pianoconcert van Beethoven luister, word ik meegenomen in een reeks elkaar afwisselende emoties, stemmingen en belevingen. In minder dan tien minuten passeert er intense, bijna hemelse vreugde en diepe ‘tristesse’, vernieuwde hoop en een gelaten verzoening. Met elke noot wordt een bepaald gevoel uitgediept, een stap verder gebracht, zonder dat ik daar iets anders voor hoef te doen dan luisteren. Totdat het gevoel een hoogtepunt bereikt heeft en het overgaat in een ander gevoel of een andere stemming. (Niet dat ik nu opeens muziekrecensent ben geworden overigens.) Elke keer dat ik naar dit contemplatieve pianoconcert luister, kan er weer iets anders actueels in mijn leven gaande zijn, waar de muziek perfect op aan lijkt te sluiten. Het is muziek die je tot tranen kan roeren. En niet per se alleen tranen van verdriet, maar ook tranen van vreugde, verlangen, hoop, schoonheid, vergeving, verzoening. Voor mij voelt het altijd als een warme omhelzing. Alsof onvoorwaardelijke liefde me bij de hand neemt, me door alle mooie en alle afschuwelijke facetten van het menselijke bestaan heen loodst. Het neemt me voorzichtig maar toch vastberaden mee van geboorte tot dood, met alles ertussenin wat maar kan gebeuren in de menselijke beleving. Het kan zowel gespeeld worden bij een huwelijk als bij een begrafenis. Het mag in ieder geval op mijn begrafenis gespeeld worden. Of gedraaid, bedoel ik natuurlijk. Gewoon een cd’tje, er zal vast niet opeens een orkest uitrukken wanneer ik gestorven ben.

Beethoven moet duidelijk meer dan een paar uurtjes gereflecteerd hebben op zijn eigen leven. En het resultaat daarvan is muziek die twee eeuwen later nog steeds volop geluisterd en gewaardeerd wordt, juist vanwege het feit dat er een heel leven aan reflectie in gelegd is. Nu is niet iedereen een Beethoven. (Gelukkig niet zeg! Hij mag dan een geschenk zijn voor muziekliefhebbers, voor de mensen om hem heen was hij schijnbaar niet altijd zo’n geschenk.) Er zijn maar weinig mensen die het talent hebben om beleving of emotie in muziek of een andere kunstvorm te leggen. Ook voelt lang niet iedereen de noodzaak of de urgentie om dat te doen. En dat hoeft ook helemaal niet. Wellicht heeft ook niet iedereen in dezelfde mate het vermogen om te reflecteren op het bestaan, of op zijn of haar eigen mens-zijn. Zij die dat wel doen zijn ook niet beter dan degenen die dat niet doen. Zijn ook zeker niet altijd beter áf. Ik ervaar het in ieder geval zowel als een zegen als een vloek. Soms ben ik jaloers op mensen die gewoon niet zoveel nadenken over dingen. ‘Zalig zijn de onwetenden’, en al dat – niet neerbuigend bedoeld. Maar ik heb nu eenmaal wel de neiging om te reflecteren en me af te vragen: wat houdt het in om werkelijk mens te zijn? Niet dat ik een pasklaar antwoord gevonden heb op die vraag. Het vinden van antwoorden op zo’n vraag zou er ook alleen maar voor zorgen dat het onderzoeken ophoudt. Het zou het einde zijn van verwondering.

Want ik kan vooral verwonderd zijn over dit bestaan. Ik sta versteld van de wereld om me heen en hoe ik ermee omga. Hoe debiel ik er soms op reageer, me verlies in het geloof dat ik afgescheiden ben van die wereld. Of me er soms helemaal één mee voel. Momenten van complete gelukzaligheid worden net zo makkelijk afgewisseld door momenten van verwarring, verveling of eenzaamheid. Ik wil het verder niet zwaar maken hoor. Maar het zal voor de meesten van ons gelden dat het leven haar ups en downs heeft. Het leven is niet alleen maar leuk. En dat het alleen maar leuk zou moeten zijn, is een leugen van een maatschappij die alleen succes waardeert. Ik las laatst een tragisch verhaal over een studente die zichzelf van het leven had beroofd, nadat ze jarenlang gedaan had alsof ze studeerde. Blijkbaar werd dat ‘doen alsof’ zo ondraaglijk dat ze geen andere uitweg meer zag. Zo sterk kan die druk dus voelen om succesvol te zijn, gelukkig te zijn, te voldoen aan bepaalde eisen die een prestatiemaatschappij, of ouders, of vrienden aan je stellen. Zo belangrijk kunnen we deze wereld maken waarin we ons wanen. Zo belangrijk kunnen we ons eigen succes of geluk maken, dat we de realiteit niet meer zien: het leven is plezier én pijn, succes én mislukking, samen-zijn én alleen-zijn. Die twee ogenschijnlijk tegengestelde polen gaan hand in hand. Het ene kan simpelweg niet zonder het andere. Dat ook de downside (of wat wij de downside nóemen) bij het leven hoort, geldt niet alleen voor de ‘losers’, niet alleen voor de depressievelingen, niet alleen voor degenen die teveel reflecteren. Het geldt voor iedereen. Je hoeft niet heel veel te reflecteren op je eigen leven om vast te stellen dat er een bepaalde fluctuatie zit in wat je leuk noemt en wat je niet leuk noemt. En je hoeft niet al teveel van het zogenaamde wereldnieuws te volgen, om vast te stellen dat er niks nieuws aan is. Het zijn nog steeds dezelfde kanten die tegenover elkaar staan, of het nu links versus rechts is, of voor versus tegen corona- of ander soort maatregelen. Maar oh, wat is het belangrijk allemaal! Onze aandacht kan er makkelijk helemaal door in beslag genomen worden. Terwijl er ook in dat wereldnieuws een zeker schommeling zit. Dan zijn er opeens volop rellen en dan zijn de gemoederen weer wat tot bedaren gekomen. Het ene moment pakken maatregelen of iets dergelijks gunstig uit voor je, en een volgend moment wat minder gunstig of zelfs rampzalig. Datzelfde geldt voor je innerlijke wereld: gevoelens en stemmingen wisselen elkaar soms in rap tempo af. Je kunt niks vastpakken en zeggen: nu wil ik dat het zo blijft. Nou ja, dat kan wel, maar dan doe je jezelf een hoop onnodig leed aan. Veel handiger is het om overal vanaf te blijven, lekker achterover te leunen en ontspannen te kijken wat er gebeurt.

Werkelijk mens-zijn is niet gemakkelijk. Alhoewel het waarschijnlijk het eenvoudigste is wat er is, is het ook het allermoeilijkste om te ‘realiseren’. Ik noem het het eenvoudigste, omdat er niks zo eenvoudig is als te zijn wie je bent, wat je bent, hoe je bent. Dat is namelijk je natuur. Het is je natuur om je niet afgescheiden te voelen van je omgeving, van de wereld. Het is je natuur om met je innerlijke belevingswereld te zijn en je gevoel, je stemmingen, je ervaringen toe te laten, gewoon omdat ze uit zichzelf opkomen. Het is je natuur om je leven te leven alsof het het vijfde pianoconcert van Beethoven is – samenvallend met elke noot. (Als je geen idee hebt hoe dat stuk klinkt, of als je zelfs nog nooit van Beethoven gehoord hebt: ga dat concert luisteren en dan weet je wat ik bedoel. Of je komt erachter dat je niet van klassieke muziek houdt, dat kan natuurlijk ook.) Het is het meest natuurlijke om waarachtig te leven, in lijn met wie jij bent, met hoe jij bent. Om je intuïtie te volgen, om oprecht uitdrukking te geven aan je gevoel, aan je verlangens, en om ook je angsten, frustraties en kwetsuren onder ogen te komen. Soms moet je ‘het monster in de bek kijken’ wanneer het zich voordoet. Het is dus eigenlijk het meest voor de hand liggende om alles te doorleven zoals het zich aandient, maar we zijn van jongs af aan o zo goed getraind om onze intuïtie en ons gevoel te negeren, om angsten weg te stoppen, en te doen alsof pijn niet bij het leven zou moeten horen. Dat maakt ons nep. Nou ja, het máakt ons niet nep, want niks kan dat doen. Maar onze echtheid, onze authenticiteit wordt er wel door overschaduwd. Die echte, authentieke mens is nog altijd aanwezig, onder alle lagen die we aangeleerd hebben. Lagen van aanpassen, doen alsof, leugens, vermijdingsgedrag, gevoelloosheid en noem maar op. Want dit geldt voor elk mens: als je diep van binnen kijkt, dan weet je wat je bent, hoe je bent, hoe jij dingen doet, waar je van houdt, waar je niet van houdt, wanneer je ‘ja’ voelt, wanneer je ‘nee’ voelt. Je hoeft alleen maar te kijken, te reflecteren op je eigen werkelijkheid. Want hoe zeer je ook afgedwaald bent van je natuur, je werkelijke eigenheid kijkt je altijd recht aan.

Het is dapper van ons allemaal om elke keer weer de confrontatie aan te gaan met die wereld waarin we leven. Want mens zijn in deze wereld, nogmaals, is niet gemakkelijk. Je bént kwetsbaar, je wórdt geraakt, dat kan ook niet anders. Je kríjgt te maken met tegenslag, met verlies, en met heel veel dingen die anders lopen dan je gewild zou hebben. Maar ondanks dat alles, weet je dat je de kracht in jezelf hebt om er telkens weer mee om te gaan. Dat weet je, omdat je tot nu toe alles wat in je leven gebeurd is, verdragen hebt. Je bent er nog steeds. Er is blijkbaar iets in je dat sterker is dan welke uitdaging dan ook. Temidden van de ergste turbulentie in je leven, ben jij nog steeds jij.

Werkelijk mens zijn is samenvallen met het leven. Wat houdt dat in? Dat alles in je leven ervaren wordt zoals het komt. Dat elke noot precies zo gehoord en gevoeld wordt zoals die is. (Toch een soort antwoord op de vraag, maar ik hoop dat het geen antwoord is dat de verwondering wegneemt.) Waarachtig leven is zien dat het leven echt is, het is nu, het is wat je hier nu beleeft. En wanneer je samenvalt, beleef je ook de poëzie van het leven. Een bijzonderheid, een kunst die in zoveel kleine dingen te vinden is. Alles, echt alles is een uitdrukking van het leven dat jij bent. © Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

De crisis van het niet (meer) weten

Verschenen in Tijdschrift InZicht, november 2020

Plotseling gebeurde er niets – Herman Brusselmans

Tot nu toe heeft het weten altijd gewerkt voor je. Althans, dat dacht je. Je wist enigszins hoe de wereld in elkaar stak en kon je aardig in die wereld bewegen. Maar die rupsband is langzaamaan vastgelopen. En dan weet je het opeens niet meer. Je weet niet meer wat je moet doen en je weet zelfs niet meer wie je bent. Het begon met het niet meer zo zeker zijn van je overtuigingen en meningen. Je kreeg steeds minder houvast eraan. Ook je zelfbeeld hield steeds minder stand. Ondertussen begon er iets anders door te schijnen. Iets wat buiten tijd en taal ligt. Iets waar het denken absoluut niet aan wil.

Maar of je nu wilt of niet, je bent definitief aan het einde gekomen van het verstandelijke weten. Dat weten wordt doorzien door een dieper, een intuïtief weten. In andere woorden: je weet dat het weten niet meer werkt voor je, of misschien wel nooit echt gewerkt heeft. Crisis! Maar wanneer er ergens een deurtje dichtgaat, gaat er ergens anders een deurtje open. Wanneer het bekende niet meer werkt, dient iets anders zich aan. Een andere manier van leven, een andere manier van kijken. De vraag is alleen of je je daaraan over kunt geven. Want het is natuurlijk beangstigend, verwarrend en verontrustend, om voorbij het denken, voorbij het weten te gaan. Niet meer weten wie je bent is shocking. Niet meer weten wat je moet doen ‘met je leven’, zet heel je wereld op zijn kop. Het brengt onzekerheid. En wanneer onzekerheid een probleem is, is er vanzelfsprekend angst. Maar wanneer onzekerheid of niet-weten geen probleem meer is, is er ook niks meer om bang voor te zijn.

Niet-weten gaat voorbij woorden, ligt buiten kaders. En alhoewel het denken-te-weten ongetwijfeld terug zal komen om alles weer in te kaderen, kan het weten-niet-te-weten steeds dieper doordringen. Dat gebeurt vanzelf. Niet-weten is niet iets wat je moet zien te vinden; je kunt je er alleen door laten vinden. Wanneer het jou dan eindelijk gevonden heeft, hoef je het alleen over je heen te laten komen. En dan gebeurt er helemaal niets. ©Ludo de Jongh

Onbekend's avatar

Ontdekken dat dit alles is

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is 324-ontdekkingen-1.jpg

Verschenen in Bres Magazine, november 2020

Wanneer het leven niet genoeg vervulling geeft op een werelds vlak, is het een natuurlijke tendens dat mensen vervulling gaan zoeken op een meer spiritueel vlak. En zoals we het in de wereld gewend zijn om te zoeken naar dingen die ons – hopelijk – vervulling zullen geven, raakt ook een spirituele zoeker vaak gericht op specifieke doelen. Zijn of haar ware zelf, verlichting, ontspanning, inzichten, ervaringen, en meer objecten die achterna gejaagd worden om te bemachtigen, of om ‘eigen’ te maken. Ik zeg expres objecten want op een bepaalde manier worden zulke zaken, hoe abstract en ontastbaar ook, tot een na te streven ding gemaakt in het hoofd van de zoeker. Maar waar de zoeker uiteindelijk werkelijk naar op zoek is – of hij/zij het nu doorheeft of niet – is de eenvoud van dit.

Voorbij de verhalen over wat er bereikt zou moeten of kunnen worden, kan ontdekt worden dat dit alles is wat er is. Wat je nu ook maar ervaart, is de onmiddellijke, live uitdrukking van het leven op dit moment. Op Facebook kun je tegenwoordig live gaan zoals dat heet, maar het leven is altijd al live. En je kunt dan ook niet ontkomen aan de directe uitdrukking ervan die altijd hier en nu plaatsvindt. De vorm van die uitdrukking verandert voortdurend. En toch blijft het leven altijd zichzelf. Het bestaan is een soort schilderij in beweging, zoals een vriend van me het een keer mooi verwoordde. Er verschijnt continu iets op het canvas, en wat er verschijnt verandert van vorm, maar dat verandert niks aan het canvas. Verandering van de vorm verandert niks aan het vormloze, om het zo maar even uit te drukken. Het canvas kan niets anders worden dan zichzelf, met of zonder verf erop. Het canvas kan in die zin elke gedaante aannemen, maar tegelijkertijd blijft het in essentie zichzelf, leeg.

Op diezelfde manier zijn er ook altijd wel ergens geluiden waar te nemen, terwijl er tegelijkertijd de stilte is. De stilte is als het canvas, de geluiden zijn als de vormen die erop verschijnen. Stilte is trouwens niet echt stilte, want die trilt van levendigheid. Stilte kan een ‘doodse’ stilte zijn, het is nooit een ‘dode’ stilte. Ter vergelijking: een kat is meestal stil, maar toch gaat zijn stil-zijn vaak gepaard met een gebrom dat we spinnen noemen en een licht kwispelende staart. Stilte is het gonzende veld dat nergens vandaan komt en nergens heen gaat. Het is een veld dat geen veld is. Het gonst, het suist, het trilt, aaah, wat zijn beschrijvingen toch slappe aftreksels van wat het is. En toch kan ik niet anders dan een poging doen om er woorden aan te geven.

Daar klinkt het geluid van een duif, de koelkast hier binnen slaat aan en produceert zijn zoemende geluid, de wind ruist door de bomen op het veldje waar mijn keuken op uitkijkt. Er zijn stemmen te horen bij de buurvrouw beneden me, bij de buurman naast me, of van spelende kinderen. In de verte klinkt het ronkende geluid van een brommer en helemaal op de achtergrond is er het gegons van de snelweg niet ver hier vandaan. Echte absolute stilte is hier nooit. Het ene geluid wisselt het andere af, maar het gebeurt in een soort van kadans. Niet dat je er een klok op gelijk zou kunnen zetten, ook geen kadans als een constant ritme, eerder een onwillekeurige mix van al deze geluiden en meer. Elke dag, de hele dag door verschijnen ongeveer dezelfde soort geluiden, alhoewel geen enkel geluid exact hetzelfde klinkt. De stemmen van buren of kinderen produceren elke keer weer een ietwat verschillende combinatie, de natuur varieert ook voortdurend in klank en intensiteit en ook geen enkele auto of brommer klinkt precies hetzelfde. En alhoewel sommige geluiden vanuit de wijk lijken te komen, van de snelweg, van de buren, ze verschijnen allemaal gewoon hier in deze keuken. En zelfs dat laatste is niet waar; ze verschijnen gewoon in dit, hier, nu.

Mijn omgeving maakt geluid, en leeft. Het universum lijkt één groot functionerend organisme, gemaakt van energie. En ik ben er niet afgescheiden van. Ik ervaar dat heel sterk als ik aan het verkeer deelneem in een drukke stad. Elk voertuig, elke buschauffeur, automobilist, fietser, voetganger, doet wat hij of zij doet en alles tezamen zorgt voor één bewegende massa (waarin alles meestal nog goed verloopt ook!). In dat soort situaties – maar dat kan dus ook gewoon thuis in stilte aan de keukentafel – besef ik dat er geen grens is tussen mij en mijn omgeving. Het is één naadloos veld van energie, van trilling. En wanneer ik de grenzen van mijn lichaam opzoek met mijn ogen dicht, kom ik tot de ontdekking dat die er niet zijn. Mijn lichaam vloeit naadloos over in wat ik als de omgeving beschouw. Het lichaam en het universum zijn één. Er is geen afgescheidenheid. Wat een ontdekking!

Dat kan ik nu wel zo makkelijk zeggen, maar veruit de meeste jaren van mijn leven was ik ook een zoeker. In die jaren heb ik gezocht naar van alles en nog wat, maar waar het mij het meeste om ging was vrijheid. Als we het over vrijheid hebben, bedoelen we meestal een persoonlijke vrijheid: de vrijheid om je mening te geven, om te manifesteren wat je wilt, om te kiezen, om te studeren, enzovoorts. Maar het ontdekken van de stilte (die dus ook beweging is), geeft een heel ander soort vrijheid dan ik dacht: niet de vrijheid om maar de vrijheid van. Vrijheid van de dwangmatige inspanning om vrijheid te vinden, ironisch genoeg. Werkelijke vrijheid is geen persoonlijke vrijheid, het is juist het bevrijd zijn van de persoon. De persoon is afgescheidenheid, en je afgescheiden voelen betekent zoeken. Ontdekken dat er niks specifieks te ontdekken valt, omdat álles het is, is bevrijding. Want wat zou er nog toegevoegd kunnen worden aan alles? Vrijheid is de afwezigheid van een beweging, een moeite-doen, een fixatie op iets specifieks. Het is een samenvallen met het leven, zoals het is. Het is inzien dat dit wat hier nu is, genoeg is. Dat is de staat waar de kat en de hond, maar ook de pasgeboren baby constant in vertoeven. Die zijn nergens naar op zoek en vinden alles wonderlijk (alhoewel katten dat niet zo laten merken, die zijn daar te cool voor).

In plaats van dat er iets bij komt, valt er dus iets weg. Wat er door dat wegvallen gebeurt, is dat datgene wat er altijd al is – stilte,  geluiden, sensaties in het lichaam, gedachten, etcetera – plotseling ervaren wordt zonder filter. Er zit niks meer tussen. Gedachten komen gewoon nog op, maar ze hebben niet zo’n zwaarte meer, omdat er niet zo gek veel meer van gevonden wordt. Gevoelens komen net zo goed op, maar zijn niet zo’n probleem meer, omdat ze niet meer anders hoeven te zijn. De bemoeienis van het ‘ik’ valt weg en er is gewoon dat wat er gebeurt. Een continue uitdrukking van leven. Er verandert concreet eigenlijk niks en toch verandert gevoelsmatig alles. ‘Plotseling gebeurde er niets’ luidt de titel van een boek van Herman Brusselmans. Beter kan het niet verwoord worden denk ik. De bijzonderheid van de eenvoud van dit moment wordt gezien. Het ik, de mind, zoekt altijd een bijzonderheid in de zin van spectaculaire gebeurtenissen, hoogtepunten en dergelijke. Maar bijzonderheid zit hem niet alleen in de grote dingen maar ook in de ‘kleine’ dingen (die dus niet klein zijn). Je zou kunnen zeggen dat een object zelf niet bijzonder is, maar dat bijzonderheid ‘m zit in de manier van kijken, in de perceptie. Wanneer je niet ‘ingeplugd’ bent, zijn misschien alleen de Nijl of de Amazone bijzonder genoeg. Wanneer het ‘zien’ er is, is ook de dichtstbijzijnde sloot prachtig om te zien. De bijzonderheid zit hem erin of je ziet wat er nu is. Het ruisen van de wind. Het zitten op een stoel. Licht dat de kamer binnen valt. De eenvoud van dit hier nu, ís het leven zoals het nu live gebeurt. Je kunt er niet uit, en je hoeft er ook niet dieper in.

Wanneer de bemoeial – het ‘ik’ die alles opdeelt in leuk-niet leuk, mooi-niet mooi, goed-niet goed – er niet is, is er alle ruimte om het leven te ervaren. Hoe meer weerstand er is tegen het leven zoals het zich ontvouwt, hoe meer ellende. Je hoeft je niet mentaal en emotioneel te bemoeien met het leven. Je kunt het laten gebeuren zoals het gebeurt. Als het lichaam behoefte heeft aan rust dan ga je vanzelf zitten of liggen. Totdat het lichaam uit zichzelf weer in beweging komt. Er komt vanzelf weer iets op om te gaan doen. Er hoeft niet ‘naar binnen gegaan’ te worden en er hoeft ook niks buitengesloten te worden. Alles vormt zichzelf. Het schilderij schildert zichzelf.   

Het bestaan spreekt voortdurend tot ons in een taal die het denken niet begrijpt en ook nooit zal begrijpen. Proberen het te begrijpen is vergeefse moeite, een onbegonnen missie. In die zin weten we helemaal niks. Het is heel nuttig om praktische dingen te weten om te kunnen functioneren in de wereld. Maar we hoeven die functionele kennis niet met ons mee te dragen waar die niet nodig is. Je hoeft niet te denken om te zijn. Je kunt de volheid, de bijzonderheid van het leven ervaren zonder de bemoeienis van het denken. Je kunt tot de ontdekking komen dat alles leeft. De stilte leeft, jij leeft. Je hebt niks nodig om verwonderd te raken. Alles wat je tegenkomt spreekt tot je, op álle mogelijke manieren. Het enige probleem is dat jij ondertussen zoekt naar iets specifieks. © Ludo de Jongh